1. ALGEMENE INLEIDING
Agaporniden,
verzamelnaam voor leden van het geslacht Agapornis
- Shelby zijn kleine gedrongen papegaaiachtigen, die behoren tot de grote
familie der papegaaien (Psittacidae).
Kenmerkend voor agaporniden zijn de in verhouding tot het lichaam brede kop, de
fors geproportioneerde snavel en de korte brede wigvormige, aan het eind plat
afgeronde staart. Een uitzondering hierop vormt de Agapornis canus, waarvan de kop aanmerkelijk kleiner en puntiger is
en die ook een kleinere en smallere snavel bezit.
Ook in hun
bevedering vertonen agaporniden grote overeenkomsten. Het grootste gedeelte van
hun bevedering is groen, afhankelijk van de soort gecombineerd met rood, zwart,
geel, oranje, blauw of grijs.
Het geslacht Agapornis omvat negen soorten, waarvan
enkele nog in ondersoorten worden verdeeld. In totaal zijn thans 15 soorten
bekend. Agaporniden komen uitsluitend voor in Afrika, ten zuiden van de Sahara,
op het eiland Madagascar en op enkele kleinere omliggende eilandjes. In hun
natuurlijke omgeving leven ze soortgewijs in kleine groepen bij elkaar. Sommige
soorten leven in open bos, andere bewonen de dichte regenwouden of de oevers
van rivieren; enkele soorten leven in droge, bergachtige gebieden, doch steeds
in de nabijheid van water.
Ze voeden zich met
allerlei zaden, bessen, vruchten en bladknoppen, soms ook met insecten. Ook
bezoeken ze vaak cultuurgebieden waar ze een ware plaag kunnen zijn, zodat ze
door de inlandse bevolking herhaaldelijk vervolgd worden. Gelukkig behoren de
agaporniden, met als mogelijke uitzondering misschien de Agapornis swindernianus waarover slechts zeer weinig bekend is,
(nog) niet tot de met uitsterven bedreigde vogelsoorten. Door strengere
bepalingen is de invoer van agaporniden de laatste jaren praktisch geheel stil
komen te liggen en de liefhebbers zullen er rekening mee moeten houden dat we
in de toekomst alleen nog kunnen beschikken over de hier in gevangenschap gefokte
vogels. Bij soorten als Agapornis
roseicollis, Agapornis personatus en
Agapornis fischeri behoeven we niet te vrezen dat ze voor de liefhebbers
verloren zullen gaan. Deze soorten worden in ons land en de ons omringende
landen in grote aantallen gefokt. Voor wat betreft de overige soorten ziet de
toekomst er voor ons liefhebbers minder rooskleurig uit, deels omdat er te
weinig fokvogels verkrijgbaar zijn, maar ook omdat sommige soorten in
gevangenschap minder gemakkelijk tot voortplanting te brengen zijn.
Agaporniden zijn
ideale kooi- en volièrevogels die vooral de laatste vier decennia bij de kromsnavelliefhebbers
in de gehele wereld sterk in de belangstelling zijn gekomen. Niet vreemd
hieraan zijn de broedresultaten die met de meeste soorten thans bereikt worden
en de kleurmutaties die bij verschillende agapornidensoorten inmiddels zijn
opgetreden. Naarmate er meer vogels in gevangenschap gefokt worden, zal het
domesticatieproces zich voortzetten en zullen het aantal kleurmutaties
toenemen. Ofschoon kleurmutaties ook in het wild voorkomen, zijn deze totnogtoe
voornamelijk opgetreden bij die agapornidensoorten waarbij het
domesticatieproces het verst gevorderd is. Met het geven van de nodige
voorlichting hoop ik vooral de fok van de in ons land minder gehouden
agapornidensoorten aan te moedigen en daardoor het domesticatieproces van deze
soorten te stimuleren.