2. INDELING EN CLASSIFICATIE

 

Agaporniden worden gewoonlijk in twee categorieën ingedeeld, waarbij de Agapornis roseicollis en de Agapornis swindernianus als overgangsvormen worden beschouwd. Van de negen soorten kennen we er drie met aanmerkelijke dimorfismische verschillen. Ze worden aangeduid als de seksueel-dimorfismische groep. Tot deze groep behoren:

Agapornis pullarius;

Agapornis canus;

Agapornis taranta.

Los van andere meer specifieke kleurverschillen, die later bij de soortbeschrijving uitvoerig aan de orde komen, bezitten alle mannen van deze groep zwarte ondervleugeldekveren. Naar algemeen wordt aangenomen is deze groep het nauwst verwant aan de oorspronkelijke voorouders van het geslacht Agapornis, die zich in de loop van het evolutieproces ten noorden van de equator in de subtropische gebieden van Afrika ontwikkeld hebben.

De tweede categorie omvat vier leden van het geslacht:

Agapornis personatus;

Agapornis fischeri;

Agapornis nigrigenis;

Agapornis lilianae.

 

Alle leden van deze groep bezitten een witte onbevederde ring van washuid om de ogen. Ook hun tekeningspatroon vertoont veel overeenkomst. Dimorfismische verschillen ontbreken. Aangenomen wordt dat de lilianae, de nigrigenis, de fischeri en de personata verwante ondersoorten zijn. Deze veronderstelling is gebaseerd op het feit dat uit kruisingen tussen de verschillende agapornidensoorten van deze groep vruchtbare bastaarden voortkomen. Men vermoedt dat de 'witte oogring'-groep van een gemeenschappelijke voorouder afstamt en dat later in de loop van het evolutieproces differentiaties optraden als gevolg van vulkanische en plantaardige veranderingen in hun woongebied.

De Agapornis roseicollis wordt als een overgangsvorm tussen de beide vorige categorieën beschouwd. Bij deze meest bekende agapornidensoort ontbreekt de witte oogring. Ook is er geen kleurverschil tussen man en pop.

De Agapornis swindernianus tenslotte is naar alle waarschijnlijkheid een andere afwijkende overgangsvorm waarover echter maar zeer weinig bekend is. Deze soort werd nimmer in Europa geïmporteerd.

 

De wetenschappelijke benaming van elke vogelsoort begint met de naam van het geslacht waartoe de vogel behoort, dus Agapornis gevolgd door de specifieke naam die de feitelijke soort aangeeft, samen vormend de tweetermige classificatie. Van sommige agapornidensoorten komen echter twee of meer rassen voor, die gelijkend doch niet identiek zijn, zodat het noodzakelijk is de tweetermige classificatie tot een drietermige uit te breiden om onderscheid te kunnen maken tussen de ondersoorten. In het geval van de roseicollis bijvoorbeeld is de volledige wetenschappelijke benaming Agapornis roseicollis roseicollis en het feit dat roseicollis wordt herhaald, betekent dat we hier met de nominaatvorm te doen hebben. De ondersoort bekend als Agapornis roseicollis catumbella wordt om zijn geringe kleurafwijking als zodanig erkend.

Aanvankelijk waren de agaporniden ingedeeld bij het grote genus Psittacus. In 1836 plaatste Selby ze in het afzonderlijke genus Agapornis. Deze naam is afgeleid van de Griekse woorden agápe = liefde en órnis = vogel. Soorten als de personatus, fischeri, nigrigenis en lilianae, die pas na 1836 ontdekt werden, kregen meteen de naam van het nieuwe genus Agapornis gevolgd door hun soortnaam met daarachter de naam van de persoon die de vogel zijn soortnaam gaf en wetenschappelijk beschreef. Om de gewijzigde nomenclatuur aan te duiden voor die soorten die voordien in het genus Psittacus ondergebracht waren, is besloten de naam van de auteur die de soort oorspronkelijk beschreef tussen haakjes te vermelden. Volledigheidshalve volgt hieronder de lijst van alle bekende leden van het geslacht Agapornis:

Agapornis pullarius pullarius (Linnaeus 1758)

Agapornis pullarius ugandae Neumann 1908

Agapornis canus canus (Gmelin 1788)

Agapornis canus ablectaneus Bangs 1918

Agapornis taranta taranta (Stanley 1814)

Agapornis taranta nana Neumann 1931

Agapornis swindernianus swindernianus (Kuhl 1820)

Agapornis swindernianus zenkeri Reichenow 1895

Agapornis swindernianus emini Neumann 1908

Agapornis roseicollis roseicollis (Vieillot 1818)

Agapornis roseicollis catumbella Hall 1952

Agapornis personatus Reichenow 1887

Agapornis fischeri Reichenow 1887

Agapornis nigrigenis Sclater 1906

Agapornis lilianae Shelley 1894

In tegenstelling met de meeste andere vogelsoorten worden de leden van het geslacht Agapornis door de liefhebbers gewoonlijk bij hun wetenschappelijke naam genoemd. Meestal wordt alleen de soortnaam gebruikt, dus kortweg fischeri, lilianae, taranta, enz. Een viertal soorten wordt in liefhebberskringen met hun oude wetenschappelijke soortnaam aangeduid en spreekt men van pullaria, cana, swinderniana en personata. Deze benamingen zijn door de jaren heen zo ingeburgerd dat ik geen poging zal ondernemen hierin verandering te brengen; het zou alleen maar verwarring stichten.