12. DE HUISVESTING
Agaporniden worden
zowel in voličres als in kooien gehouden. De keuze die men maakt is veelal
afhankelijk van de plannen die men met de vogels heeft, de middelen waarover
men beschikt en de beschikbare ruimte. Voor het houden en fokken van
agaporniden is het niet noodzakelijk dat men over een tuin beschikt. Ook een
zolder, een rommelkamertje, een berging of een kelderruimte kan uitstekend als
vogelverblijf dienst doen of daartoe geschikt worden gemaakt.
Op een zolder
bijvoorbeeld kan men dikwijls al volstaan met het plaatsen van een extra
dakraam ter verkrijging van meer daglicht en het verdelen van de ruimte in een
aantal kleine binnenvoličres. De minimale afmetingen van een binnenvlucht
bedoeld voor permanente bewoning van een paartje agaporniden moeten zijn: 120
cm lang, 40 cm diep en 50 cm hoog. Om ruimte te besparen kunnen telkens enkele
vluchtjes boven elkaar worden gebouwd. Deze ruimtebesparende methode wordt in
de vogelhouderij veel toegepast en voldoet uitstekend. Behalve deze kleine
vluchtjes, waarin de fokparen permanent gehuisvest kunnen worden, is het
noodzakelijk, afhankelijk van het aantal te houden fokparen, één of meer
grotere vluchten te bouwen waarin de jonge vogels ondergebracht kunnen worden.
Het gaat hierbij in hoofdzaak om de lengte en de diepte en niet zozeer om de
hoogte, zodat ze desgewenst ook weer boven elkaar gebouwd kunnen worden. Ook
een souterrain of kelderruimte kan dienovereenkomstig als vogelverblijf worden
ingericht. Bij een tekort aan daglicht kan men zonder bezwaar gebruik maken van
kunstlicht in de vorm van TL-verlichting. Er zijn zelfs al buislampen
(True-Lite) verkrijgbaar die het volledige zonnespectrum inclusief het
ultraviolette licht uitstralen.
Vanzelfsprekend is
een mooi en efficiënt ingericht voličrecomplex in de tuin te verkiezen boven
een zolderkamertje, doch ook het laatste heeft zekere voordelen. Een ruimte
binnenshuis is gewoonlijk vorstvrij en op een eenvoudige wijze te verwarmen
zodat - indien gewenst - al in de herfst, de winter of vroeg in het voorjaar
met de fok kan worden begonnen. In een tuinhok is dit alleen door een kostbare
verwarming te verwezenlijken. Hoewel volledig geacclimatiseerde agaporniden
echt wel tegen een stootje kunnen en het gehele jaar buiten gehouden kunnen
worden, dienen we er voor te zorgen dat het nachtverblijf op zijn minst
vorstvrij blijft (Zie wat dit onderwerp betreft ook de aanwijzingen die bij de
verschillende soorten staan vermeld). In een tuinhok is een warmtebron dus
zonder meer noodzakelijk.
Het zou me weinig
moeite kosten een tiental bladzijden te vullen met allerlei schetsen en
bouwtekeningen, maar uit ervaring weet ik dat u als vogelhouder toch uw eigen
inzichten heeft en van de door mij gemaakte tekeningen zult afwijken. Deze
vrijheid van handelen gun ik u van harte en ik zal mij daarom beperken tot het
geven van een aantal adviezen en tips waarmee bij de bouw rekening kan worden
gehouden.
De eerste raad is
deze: maak de vluchten niet te klein, ook al is het de bedoeling slechts enkele
vogels te houden. Later zal blijken dat dit advies terecht is. De meeste
kwekers beginnen het jaar erop al weer te breken, met alle kosten die hieraan
verbonden zijn.
Om toch een idee te
hebben hoe groot het verblijf ongeveer moet worden, kunt u als vuistregel
aanhouden vier tot vijf vogels per kubieke meter, voor het broeden in
kolonieverband reken ik 1 tot 1,5 vierkante meter grondoppervlakte per koppel.

Fig. 1 toont de
plattegrond van een in vakken onderverdeeld nachtverblijf (vet omlijnd
gedeelte) en een vijftal kleine buiten voličres. Tegen de achterwand van het
nachtverblijf staan de broedkooien opgesteld. Tussen de broedkooien en de
binnenvluchten loopt een ca. 80 cm brede gang.
Alvorens
met de bouw te beginnen, doet men er goed aan zich op de hoogte te stellen van
de plaatselijke bouwvoorschriften bij het Bureau Bouw- en Woningtoezicht van de
gemeente waar men woonachtig is. In veruit de meeste gemeenten is voor het
bouwen van een vogelverblijf een bouwvergunning vereist. Vooral in
nieuwbouwwijken stelt men zich dikwijls weinig tegemoetkomend op en wordt over
het verlenen van de bouwvergunning voor een voličre nogal eens moeilijk gedaan.
Voor de aanvraag van een bouwvergunning moet een bouwtekening ingediend
worden, meestal in drievoud, met een opgave van de te gebruiken materialen.
Woont u in een huurhuis, verzuim dan niet de bepalingen hieromtrent in het
huurcontract na te kijken. Hierdoor kan veel narigheid achteraf voorkomen
worden. Het is duidelijk dat men zich strikt aan de tekening en
bouwvoorschriften moet houden. Voorts gelden voor de voličre in de tuin een
aantal vuistregels waar rekening mee moet worden gehouden.
Agaporniden
houden ervan zich zo af en toe eens in de zon te koesteren. De meest gunstige
opstelling voor een tuinhok is daarom met het front naar het zuiden. Wanneer
dit niet mogelijk is, tracht dan in ieder geval met deze plaatsbepaling zoveel
mogelijk rekening te houden. Zorg er echter voor dat er ook schaduw is.
Gebruik daarom geen plastic golfplaten of draadglas op het nachtverblijf.
Een
goed tuinhok dient op een deugdelijke fundering te rusten. Als we het hok van
hout maken, behoeft de fundering niet zwaar te zijn en kan volstaan worden met
zes lagen halfsteens metselwerk: drie lagen in en drie lagen boven de grond.
Ter verkrijging van een beter draagvlak verdient het aanbeveling de onderste
laag stenen 'steens' te leggen, daar bovenop komen dan vijf lagen halfsteens
metselwerk. In de bovenste lagen brengen we tevens de ankerbouten aan waarmee
het bouwwerk vastgezet kan worden. Het behoeft geen betoog dat we er voor
moeten zorgen dat het geheel waterpas komt te liggen. Het nachtverblijf dient
verder dubbelwandig en goed geďsoleerd te zijn. Buiten om gebruiken we
geploegd en geschaafd hout. Voor de binnenbetimmering kunnen we beter geplastificeerde
platen nemen. Dit materiaal is uitstekend bestand tegen de knaaglust van
agaporniden doordat ze er geen vat op krijgen en bovendien niet duur. Tussen
de binnen- en buitenwand brengen we glas- of steenwol aan. Het dak moet op
overeenkomstige wijze geďsoleerd en afgewerkt worden. De bodem van het
binnenhok bestaat uit beton. Alvorens beton te storten, gaat er eerst een stuk
plastic op de grond. Hierop worden tempexplaten gelegd en pas dan wordt het
beton gestort. Deze handelwijze is noodzakelijk om het optrekken van vocht en
kou te voorkomen.
De
maten van de binnenvluchten kunnen we zo groot of klein maken als we willen.
Houd echter niet alleen rekening met het aantal vogels dat we willen houden,
maar ook met het feit dat we ons er zelf gemakkelijk in moeten kunnen bewegen
als we de voličres schoonmaken.
Opdat
de broedparen zich ongestoord kunnen terugtrekken en ter voorkoming van
teenbeschadigingen gebruiken we voor de tussenschotten in de binnenvluchten
weer geplastificeerde platen; dubbel gaas spannen met een tussenruimte van ca.
5 cm kan echter ook. Als afscheiding tussen de buitenvoličres is plaatmateriaal
niet geschikt en zijn we aangewezen op dubbel gaas.
Gebruik
in de buitenvluchten grof rivierzand als bodembedekking. Nog beter is het, onder
het rivierzand een laag kiezel of puin aan te brengen, zodat het regenwater
direct wegzakt.
Het
heeft weinig zin een vlucht bestemd voor agaporniden te beplanten. Neem als
decoratiemateriaal liever een paar grillig gevormde takken. De zitstokken maakt
u het best van levend hout, bijv. van wilgentakken, met een diameter van 10 tot
25 mm. De zitstokken dienen van tijd tot tijd te worden vernieuwd.
Sommige
liefhebbers gebruiken voor hun voličres geplastificeerd gaas. Doordat
agaporniden overal aan knagen, houdt deze beschermende laag het meestal niet
lang uit. De extra kosten voor dit soort gaas zijn dus weggegooid geld. Zelf
heb ik goede ervaringen met gewoon gegalvaniseerd gaas. Als extra bescherming
tegen weersinvloeden breng ik met een rolborstel een laagje scheepsteer aan,
verkrijgbaar in winkels voor scheepsbenodigdheden. Als het gaas hier elke twee
jaar mee behandeld wordt, gaat het tientallen jaren mee.
De
ventilatie in het nachtverblijf moet optimaal zijn. De ramen aan de voorzijde
moeten dus geopend kunnen worden. Verder raad ik aan een negatieve ionen
generator te installeren.
Een
negatieve ionen generator is een elektrisch apparaat dat een constante stroom
negatieve ionen produceert waardoor de natuurlijke balans in de atmosfeer van
het vogelverblijf, die vaak erg stoffig, bedompt en verschaald is, wordt
hersteld. Bij de gunstige eigenschappen van een lucht ionisator hoort ook dat,
naast vele andere gunstige effecten, met behulp van negatieve lucht-ionen
schimmels en bacteriën gedood kunnen worden, zonder toxische bijwerkingen.
Voor
de verlichting in het binnenverblijf kan men het beste TL-armaturen nemen. De
aanschaf is weliswaar iets duurder, maar ze zijn voordelig in het gebruik. TL-buizen
zijn er in diverse verbruiksterktes en kleuren. Zeer geschikt voor het gebruik
in de broedruimte zijn TL-buizen met kleur 33 en 84. Beide geven neutraal wit
licht en hebben een hoge lichtopbrengst.
Overzicht TL-buizen kleur 33 en 84
Kleur Watt Lumen
33 8 410
33
15 960
33
18 1150
33
30 2300
33
36 3000
33
58 4800
84 8 450
84 15 1000
84
18 1450
84
30 2400
84
36 3450
84
58 5400
Achter
de verbruikssterkte in Watt heb ik telkens de lichtstroom uitgedrukt in Lumen aangegeven. Deze waarden hebben we nodig om de juiste
lichtsterkte in ons verblijf te kunnen berekenen. Bepalend voor de verlichting
van het verblijf is namelijk niet de sterkte van de lichtbron, maar de
lichtstroom per eenheid van oppervlakte. Dit laatste noemt men de
verlichtingssterkte; deze wordt uitgedrukt in lux. 1 lux is de
verlichtingssterkte van een oppervlak waarop per vierkante meter een
lichtstroom van 1 Lumen valt. Met een formule kunnen we dit als volgt aangeven:
1 lux = 1 Lumen/m2. Nu is het zo, dat we voor de verlichting in het vogelverblijf
minimaal 500 Lumen per m2 ofwel 500 lux rekenen. In een verblijf van 10 m2
hebben we dus lichtbronnen nodig met een gezamenlijke lichtstroom van 10 x 500
= 5000 Lumen. Met behulp van het overzicht kunnen we nu de juiste lichtsterkte
bepalen. Het aan- en uitgaan van de verlichting regelen we bij voorkeur met een
tijdklok. Uit ervaring weet ik dat het zelf aan- en uitdraaien van de
verlichting te onregelmatig gebeurt met als gevolg dat de vogels uit conditie raken.
Bij het regelen van de verlichting moeten we er rekening mee houden dat
agaporniden van nature 10 tot 12 uur slapen. Het natuurlijke daglicht in onze
omgeving mag dus hooguit tot 14 uur verlengd worden.
Laat
gedurende de nachturen, als de TL-verlichting gedoofd is, een klein lampje
branden. Zeer geschikt hiervoor zijn de spaarbranders die men wel op
kinderkamers gebruikt en die men zo in het stopcontact kan steken.
Voor
het vorstvrij houden van het nachtverblijf is een kleine gasgevelkachel voldoende.
Wie vroeg in het voorjaar met de fok wil beginnen, moet zich echter een kachel
met een hogere capaciteit aanschaffen omdat voor de fok een temperatuur van
ongeveer 15 graden Celsius noodzakelijk is.
Het
voederen doen we bij voorkeur op een verhoging. Hiertoe kunnen we gewoon een
plank aan een van de tussenschotten van de binnenvluchten bevestigen waarop dan
de zaad-, fruit- en gritbakjes worden gezet. Agaporniden baden graag. Een
platte schaal voor water mag dus niet ontbreken. Omdat de vogels hieruit ook
drinken, kunnen andere drinkvoorzieningen achterwege blijven.

De
broedkooien zijn een hoofdstuk apart. Omdat de vogels hierin slechts tijdelijk
verblijven, kunnen de afmetingen wat kleiner zijn dan die van de aan het begin
van dit hoofdstuk besproken stapelvluchtjes. Een goede kooimaat is 80 cm breed,
40 cm diep en 50 cm hoog. Indien u het binnenverblijf in overeenstemming met de
hierboven beschreven en in fig. 1 geschetste wijze bouwt, kunt u de broedkooien
als een soort batterij aan elkaar maken. Bij een plafondhoogte van 240 cm kunt
u vier rijen kooien boven elkaar bouwen. Aan de onderkant blijft dan een ruimte
van ongeveer 40 cm over voor het opbergen van voer, broedblokken, tentoonstellingskooien,
enz. Desgewenst kunt u deze ruimte met kleppen of deurtjes afsluiten.
In
fig. 2 is een tekening van een losse broedkooi afgebeeld. Zoals u ziet, heb ik
de zandlade weggelaten. Persoonlijk vind ik dit ondingen. Doordat er steeds
zand en zaad tussen vallen, klemmen ze bijna altijd. Met een handveger of met
de stofzuiger kunt u de broedkooi net zo vlug reinigen. Als materiaal voor een
broedkooi is 8 mm multiplex zeer geschikt. Voor de achterzijde kan
geplastificeerd plaatwerk gebruikt worden van ca 4 mm dikte. Gebruik als
zitstokken levend hout. Denk er vooral om dat de zitstokken stevig bevestigd
zijn en op een zodanige hoogte geplaatst worden dat de man bij het treden niet
gehinderd wordt door het plafond van de kooi.
Voor de fok worden twee modellen broedkasten gebruikt: een horizontaal en een verticaal model; beide modellen voldoen even goed. Persoonlijk gebruik ik zelfgemaakte kooien van geschaafd vurenhout. Het horizontale model heeft een binnenwerkse bodemoppervlakte van 12 x 22cm en een binnenwerkse hoogte van 19 cm, het verticale model meet binnenwerks 17 x 17 x 25 cm. Het vlieggat zit rechts- of linksboven en heeft een diameter van 5 cm (fig. 3).

De
binnenwanden van het nachthok en de broedkooien moeten zonodig worden gewit.
Hiervoor nemen we een veegvaste witkalk, die in een winkel voor dierbenodigdheden
verkrijgbaar is. Als laatste werken we de buitenzijden van het verblijf af. Dit
doen we met een donkergroene of donkerbruine buitenbeits. Plant als de beits
droog is nog wat groen om de voličre, zodat het geheel een natuurlijk aanzicht
krijgt.