DE ARATINGA’S (2)
Aratinga's
worden gewoonlijk in drie groepen ingedeeld, waarbij Aratinga acuticaudata en Aratinga
weddellii als overgangsvormen worden gezien.
Tot
de eerste groep behoren:
Aratinga
aurea;
Aratinga
cactorum;
Aratinga
canicularis;
Aratinga nana;
Aratinga pertinax.
Los
van andere meer specifieke kleurverschillen, die later bij de
soortbeschrijvingen uitvoerig aan de orde komen, hebben alle soorten van deze
groep een olijfgroenachtig tot olijfbruinachtig gekleurde hals- en bovenborst,
die vrij scherp van de kleur van het onderlichaam is afgescheiden.
Ofschoon
Aratinga weddellii zich in
verschillende opzichten van groep 1 onderscheidt, wordt algemeen aangenomen dat
de soort nauw verwant is aan deze groep en ook aan de soorten hierna genoemd
onder groep 2.
De
tweede groep omvat vier leden van het geslacht:
Aratinga
solstitialis;
Aratinga
pintoi
Aratinga
jandaya;
Aratinga auricapilla.
A. solstitialis, A.
jandaya
en A. auricapilla bezitten zoveel
overeenkomsten dat de afzonderlijke vertegenwoordigers in het verleden tot één
soort waren samengevoegd. Op grond van nieuwe inzichten beschouwt men de drie
verschijningsvormen thans algemeen als afzonderlijke soorten. Men gaat er
echter wel vanuit dat de drie soorten evenals de nieuw ontdekte soort A. pintoi, zeer nauw met elkaar verwant
zijn.
Tot
de derde groep behoren:
Aratinga
alticola
Aratinga
chloroptera;
Aratinga
erythrogenys;
Aratinga
euops;
Aratinga
finschi;
Aratinga
holochlora;
Aratinga
leucopthalma;
Aratinga
mitrata;
Aratinga
hockingi
Aratinga rubritorquis;
Aratinga wagleri.
Deze
soorten zijn direct herkenbaar aan de overwegend groene bevedering met,
naargelang de soort, voorzien van wat meer of minder rood. Deze grote
homogeniteit bracht Wolters er in de periode 1975-1982 toe, de soorten van
groep 3 in een nieuw geslacht Psittacara
onder te brengen. Hoewel er eigenlijk wel een aantal argumenten zijn die de
visie van Wolters ondersteunen, wegen de overeenkomsten van de in het geslacht Aratinga ondergebrachte soorten voor
veel auteurs blijkbaar zwaarder dan de verschillen, want Psittacara is nog
altijd niet algemeen aanvaard.
De
spitsstaartparkiet (Aratinga acuticaudata)
wordt door velen gezien als zeer nauw verwant aan groep 3, maar eveneens aan
het geslacht Ara
De
wetenschappelijke benaming van elke vogelsoort begint met de naam van het
geslacht waartoe de vogel behoort, dus Aratinga
gevolgd door de specifieke naam die de feitelijke soort aangeeft, samen vormend
de tweetermige classificatie. Van sommige aratingasoorten komen echter twee of
meer rassen voor, die gelijkend doch niet identiek zijn, zodat het noodzakelijk
is de tweetermige classificatie tot een drietermige uit te breiden om
onderscheid te kunnen maken tussen de ondersoorten. In het geval van de
goudkapparkiet bijvoorbeeld is de volledige, drietermige, wetenschappelijke
benaming Aratinga auricapilla auricapilla en het feit dat auricapilla wordt herhaald,
betekent dat we hier met de nominaatvorm of het uitgangsras te doen hebben. De
ondersoort bekend als Aratinga auricapilla
aurifrons wordt om zijn geringe kleurafwijkingen als zodanig erkend.
Aanvankelijk
waren de aratinga's ingedeeld bij het grote geslacht Psittacus. Later werden ze in het afzonderlijke geslacht Aratinga geplaatst. De naam Aratinga is
waarschijnlijk afgeleid van benamingen uit de spreektaal der Tupí-indianen:
arára = papegaai, tinga = uitbundig, fraai getooid.
Vogels
die na de erkenning van het nieuwe geslacht ontdekt werden, kregen meteen de
naam van het nieuwe geslacht Aratinga
gevolgd door de soortnaam en naam van de ondersoort met daarachter de naam van
de persoon die de vogel zijn wetenschappelijke naam gaf en beschreef, aangevuld
met het jaar waarin de wetenschappelijke beschrijving plaats vond. Om de
gewijzigde nomenclatuur aan te duiden voor die soorten die voordien in het
geslacht Psittacus ondergebracht waren, is door de systematici besloten de naam
van de auteur die de soort oorspronkelijk beschreef tussen haakjes te
vermelden. Ook is wereldwijd afgesproken de naam van het genus altijd cursief
en beginnend met een hoofdletter te schrijven, daarachter eveneens cursief,
maar uitsluitend in kleine letters de soortnaam eventueel gevolgd door de naam
van de ondersoort.
Volledigheidshalve
volgt hieronder de alfabetische lijst van alle bekende en in dit werk besproken
leden van het geslacht Aratinga:
Aratinga
acuticaudata
A.
a. acuticaudata (Vieillot, 1818)
A.
a. haemorrhous Spix, 1824
A.
a. koenigi ssp. nov
A.
a. neoxena (Cory, 1909)
A.
a. neumanni Blake & Traylor, 1947
A.
a. nigrirostris ssp. nov.
Aratinga
alticola Chapman, 1921
Aratinga
aurea
A.
a. aurea (Gmelin, 1788)
A.
a. major (Cherry & Reichenberger, 1923)
Aratinga
auricapilla
A.
a. auricapilla (Kuhl, 1820)
A.
a. aurifrons Spix, 1824
Aratinga
cactorum
A.
c. cactorum (Kuhl, 1820)
A.
c. caixana Spix, 1824
Aratinga
canicularis
A.
c. canicularis (Linnaeus, 1758)
A.
c. clarae Moore, 1937
A.
c. eburnirostrum (Lesson, 1842)
Aratinga
chloroptera
A.
c. chloroptera (Souancé, 1856)
A.
c. maugei (Souancé, 1856)
Aratinga
erythrogenys (Lesson, 1844)
Aratinga
euops (Wagler, 1832)
Aratinga
finschi (Salvin, 1871)
Aratinga
hockingi Arndt, 2006
Aratinga
holochlora
A.
h. brevipes (Lawrence, 1871)
A.
h. brewsteri Nelson, 1928
A.
h. holochlora (Sclater, 1859)
A.
h. strenua (Ridgway, 1915)
Aratinga
jandaya (Gmelin, 1788)
Aratinga
leucophthalmus
A.
l. callogenys (Salvadori, 1891
A.
l. leucophthalmus (P.L.S. Müller, 1776)
A.
l. nicefori Meyer de Schauensee, 1946
A.
l. propinquus (Sclater, 1864)
Aratinga
mitrata
A.
m. chlorogenys Arndt, 2006
A.
m. tucumana Arndt, 2006
A.
m. mitrata (Tschudi, 1844)
Aratinga
nana
A.
n. astec (Souancé, 1857)
A.
n. nana (Vigors, 1830)
A.
n. vicinalis (Bangs & Penard, 1919)
Aratinga
pertinax
A.
p. aeruginosa (Linnaeus, 1758)
A.
p. arubensis (Hartert, 1892)
A.
p. chrysogenys (Massena & Souancé, 1854)
A.
p. chrysophrys (Swainson, 1838)
A.
p. griseipecta Meyer de Schauensee, 1950
A.
p. lehmanni Dugand, 1943
A.
p. margaritensis (Cory, 1918)
A.
p. ocularis (Sclater & Salvin, 1864)
A.
p. paraensis Sick, 1959
A.
p. pertinax (Linnaeus, 1758)
A.
p. surinama Zimmer & Phelps, 1951
A.
p. tortugensis (Cory, 1909)
A.
p. venezuelae Zimmer & Phelps, 1951
A.
p. xanthogenia (Bonaparte, 1850)
Aratinga
pintoi (MZUSP 78746)
Aratinga
rubritorquis (Sclater, 1887)
Aratinga
solstitialis (Linnaeus, 1758)
Aratinga
wagleri
A.
w. frontata (Cabanis, 1846)
A.
w. minor Carriker, 1933
A.
w. transilis Peters, 1927
A.
w. wagleri (G.R. Gray, 1845)
Aratinga
weddellii (Deville, 1851)
Tekst:
H.W.J. van der Linden