DE AZTEKENPARKIET
De Azteken parkiet (Aratinga nana astec) is een ondersoort
van de iets grotere Jamaica parkiet (Aratinga
nana), waarop hij overigens veel lijkt. Sommige ornithologen echter
beschouwen de Azteken parkiet als een zelfstandige soort, Aratinga astec. Hoe het ook zij, de Azteken parkiet komt men ze
niet zo vaak bij de parkietenliefhebbers tegen.
Wie zich tot deze vogels aangetrokken
voelt, moet er dus echt op uit om een paartje te bemachtigen.
Beschrijving Aratinga
nana astec (Souancé 1857)
Formaat: 24 cm.
Man en pop: algemene
lichaamskleur groen; voorhoofd, schedeldek, nek, halszijden, mantel, vleugeldek
en bovenstaartdekveren donkergrasgroen; wangen oorstreek en stuit helder
grasgroen; kin en keel zijn groen en met bruin bewaasd, bef en bovenborst licht
olijfbruin tot bruin vervolgens overgaand in geelachtig olijfbruin op de buik,
de kleurafscheiding welke ongeveer over het midden van de borst loopt is vrij
scherp; flanken, dijen, anaalstreek en onderstaartdekveren donkergrasgroen.
Hand- en armpennen donkergrasgroen naar de uiteinden toe overgaand in
diepblauw. Bovenzijde grote staartveren donkergrasgroen; onderzijde
donkerolijfgeel. Donkere ogen met oranjekleurige irisring omgeven door een
onbevederde witte oogring. Snavel overwegend hoornkleurig, aan de basis van de
bovensnavel, aan weerszijden van de ondersnavel, en aan de
uiterste snavelpunt donkergrijs; neusdop grijsachtig. Poten grijs; nagels
grijszwart.
Verspreidingsgebied: vanaf Veracruz Mexico langs de Caribische kust zuidwaarts tot in
West-Panama.
Biotoop
Vochtig, tropisch vlakland
met open bosbestand; langs de randen van het regenwoud; vochtige bossen tegen
de hellingen van de kalksteenbergen tot 800 m hoogte, komt ook voor ook in
cultuurgebieden met boombestand.
Status wildpopulatie
Veelvuldig voorkomend.
Leefwijze
Buiten de broedtijd in
groepen tot dertig vogels, af en toe worden zwermen waargenomen van vele
honderden stuks. Tijdens de broedperiode, rond april-mei, zonderen de paren
zich af. Gebroed wordt in de nesten van boomtermieten. De vogels graven hierin
zelf een lange gang met aan het einde een zogeheten broedkamer. Het voedsel
bestaat uit allerhande zaden, vruchten, bessen, noten en groene plantendelen
zoals bladknoppen. Als het koren en de maïs rijpen, zijn ze massaal op de
velden te vinden, waarbij ze vaak aanzienlijke schade aanrichten.
Algemene informatie
De Azteken parkiet geldt als
vrij zeldzaam in liefhebbershanden. Van deze vogels zijn incidentele
broedresultaten bekend. Het eerste broedresultaat was in 1903 op Jamaica
Wet budep
Behoort tot de kwetsbare
soorten; valt onder artikel 3a Wet budep Lijst II.
Gedrag
Aangename vrij sterke
volièrevogel met een rustig karakter. Wanneer ze aan hun verblijf gewend zijn,
verdwijnt hun aanvankelijke schuwheid. Hun stemgeluid is niet storend, bij
onraad of opwinding laten ze slechts een knarrend geluid horen. Beperkte
knager. Buiten de broedperiode vredelievend tegenover soortgenoten en andere
parkietensoorten van gelijke grootte. Sterke paarbinding, deze vogels doen
bijna alles samen. Baden niet of zelden.
Huisvesting en verzorging
Paarsgewijs huisvesten in
buitenvolière van minimaal (lxbxh) 2,5 x 1 x 2 m met aangebouwd nachtverblijf
van (lxbxh)1 x 1 x 2 m, waarin het tijdens de wintermaanden minimaal vorstvrij
blijft en een daglengte van ongeveer 12 uur gewaarborgd is. Aangezien Azteken
parkieten geen sterke knagers zijn, is het niet per se nodig de volière van
metaal te maken. Bij geschakelde binnenverblijven ondoorzichtige tussenschotten
plaatsen, tussen de buitenvolières dubbel gaas gebruiken.
Hoewel ze in de natuur een
holte graven in de wand van een termietennest, wordt een zelf vervaardigde
horizontaal uitgevoerde nestkast gewoonlijk wel als slaap- en broedgelegenheid
geaccepteerd; afmetingen nestkast ca 25 cm hoog, bodemoppervlakte ongeveer 25 x
35 cm, doorsnede invlieggat ca. 7 cm. Op de bodem van de nestkast een laagje
houtmolm of houtsnippers aanbrengen, geen turfmolm (schimmelvorming!).
Om wat de nestgelegenheid
betreft de natuur wat meer na te bootsen kan een halfvergane wilgenboom met
holten mogelijk uitkomst bieden, hierin kunnen de vogels dan zelf hun nestholte
maken. Ook nestkasten ingekapseld in leem zodat ze wat meer op een
termietennest lijken, zouden eens uitgeprobeerd kunnen worden. De
nestgelegenheid in het nachtverblijf en zo mogelijk
wat aan het zicht onttrokken plaatsen, zodat de vogels zich er veilig in
voelen. Het eerste teken dat men met de aangeboden nestgelegenheid goed zit, is
als de vogels deze accepteren om er te slapen.
Regelmatig verse takken
aanbieden om aan te knagen, bijv. wilgentakken of takken van onbespoten
fruitbomen. Hoewel deze vogels niet of nauwelijks baden bepleit ik, zeker
tijdens de zomermaanden, de vogels toch de gelegenheid hiertoe te geven.
Voeding
Als basis geven we een zaadmengsel
voor grote parkieten waarin de volgende zaden voorkomen: tarwe, haver, padie,
rode en witte dari, negerzaad, diverse gierstsoorten, witzaad, hennep,
saffloor- en wat zonnebloempitten, maar vooral niet te veel; de grovere zaden
ook geweekt of gekiemd aanbieden. Halfrijpe kolfmaïs wordt graag opgenomen,
evenals halfrijpe haver en tarwe in de aar, ook allerhande halfrijpe gras- en
onkruidzaden. Verder fruit zoals appel, rozenbottels, daarnaast bessen van
vuurdoorn en lijsterbes; van de groentesoorten vooral rode wortel en
bladgroente. Dagelijks eivoer (gerantsoeneerd) verstrekken, eventueel aangevuld
met een kleine gift weekvoer voor insecteneters (insectenpaté of
universeelvoer), ook enkele gedroogde garnalen ter afwisseling.
Vers drinkwater, maagkiezel,
grit en een mineralenblok dienen altijd ter beschikking te staan.
In de broedtijd in principe
hetzelfde voedsel verstrekken, maar ongelimiteerd eivoer geven, d.w.z. zoveel
de vogels willen opnemen, ook in melk geweekt oud brood wordt in deze periode
graag opgenomen.
Fok
De fok met deze soort is
slechts sporadisch gelukt. Stellig heeft dat ook te maken met het beperkte
aantal van deze vogels dat in gevangenschap gehouden wordt. Zekerheid over het
geslacht is alleen verkrijgbaar als men de vogels endoscopisch laat onderzoeken
of een DNA-onderzoek laat doen. Voor de fok dient het koppel minimaal twee jaar
oud te zijn, maar vaak duurt het jaren voordat ze aanstalten maken om te
broeden. Vanaf april beginnen de vogels in broedstemming te komen, soms nog wat
later. Legselgrootte variërend van 3 tot 5 eieren. De pop broedt alleen;
broedduur 23 dagen. Bij het uitkomen hebben de jongen witachtig nestdons, wat
naarmate ze ouder worden in grijs verandert. Wanneer de jongen ongeveer 14
dagen oud zijn komen de eerste donkere veerstoppels door en moeten ze geringd
worden; ringmaat 6 mm. Ongeveer 6 weken na de het uitkomen zijn de jongen
volledig bevederd, alleen de vleugel- en staartpennen zijn nog niet volledig
uitgegroeid. Een week later vliegen ze uit. Na het uitvliegen worden ze nog
geruime tijd door de man gevoerd. Drie weken na het verlaten van de nestkast
zijn ze zelfstandig. Jonge vogels zijn geheel groen, ook de
ondervleugeldekveren; de irisring is donker. Na drie maanden beginnen de jongen
te kleuren.Twee legsels per jaar zijn mogelijk.
Mutaties:
geen
Tekst H.W.J. van der Linden