DE HELMKAKETOE
Callocephalon
fimbriatum
(Grant,1803)
Deze
kaketoe behoort ongetwijfeld tot een van de meest fascinerende vogels van
Australië. Jammer genoeg worden ze buiten Australië nauwelijks in volièremilieu
gehouden. In de grote vogelparken zijn ze nog wel te zien, maar ik schat het
aantal particuliere vogelliefhebbers buiten Australië die Helmkaketoes in hun
collectie hebben wereldwijd hooguit op enkele
tientallen.
Verspreidingsgebied
Zuidoost-Australië,
vanaf Zuidoost Nieuw Zuid Wales zuidwaarts door oostelijk en zuidelijk Victoria
tot in het uiterste zuiden van Australië. Komt sporadisch als trekvogel voor in
Noord-Tasmanië en op het eiland King.
Soortbeschrijving
Formaat:
ongeveer
Man:
Voorhoofd, kop, teugels, wangen en de franjeachtig aandoende naar voren
gekrulde kuifveren zijn oranjerood. De neusdop is bij de helmkaketoe geheel
bevederd en eveneens oranjerood gekleurd. Algemene lichaamskleur leigrijs; de
afzonderlijke veertjes
van de bovendelen hebben grijsachtig witte veerzoompjes,
uitgezonderd de hand-, arm- en staartpennen; die van
het onderlichaam zijn min of meer oranjegeel gezoomd, wat de vogel een typisch
gestreept aanzien geeft. Buitenvlaggen van grote en primaire vleugeldekveren
groenachtig bewaasd. Slag- en staartpennen donkerleigrijs, aan de uiteinden
donkerder. Snavel hoornkleurig. Oogiris donkerbruin. Poten grijs, nagels
grijszwart.
Pop:
deze onderscheidt zich duidelijk van de man. Gehele
lichaam, inclusief kop, kuif en de bevederde neusdop zijn leigrijs; de
afzonderlijke veertjes van de bovendelen zijn grijsachtig wit gezoomd, behalve
de hand- en armpennen; die van het onderlichaam hebben oranje en groengeel
gekleurde veerzomen. Ook de staart vertoont grijsachtig witte dwarsstrepen.
Verder geheel gelijk aan de man.
Biotoop
De
helmkaketoe kan men als een lokale trekvogel beschouwen. Hij broedt in de
moeilijk toegankelijke bergwouden met veel eucalyptusbomen. In het zuidelijke
kustgebied en in de bergwouden van Nieuw Zuid Wales worden ze tot op hoogten van
Status wildpopulatie
Zeldzaam
tot zeer zeldzaam, plaatselijk echter veelvoorkomend, vooral in het hart van
zijn verspreidingsgebied; in sommige streken is er ook een afname van het
bestand.
Wet Budep
Behoort
tot de kwetsbare soorten; valt onder artikel 3a Wet Budep Lijst II.
Leefwijze
Helmkaketoes
zijn trekvogels binnen het verspreidingsgebied. Ze leven in klein familieverband
(oudervogels met jongen), in mindere mate koppelsgewijs. Buiten de broedtijd en
als het voedselaanbod ruim is, vormen ze ook wel kleine vluchten van zo’n 40 stuks. De vogels houden zich voornamelijk op in de
hoge boomkruinen en komen vrijwel alleen op de grond om te drinken en zich te
baden. Soms peuzelen ze wel eens aan op de grond gevallen denappels of andere
zaden. Het voedsel in de wildbaan bestaat uit diverse zaden, hoofdzakelijk van
eucalyptus- en acaciasoorten, met name de halfrijpe
vruchten van Acasia dealbata worden
graag gegeten. Verder ook bessen, noten, vruchten en groenteachtige bladeren
van inlandse en ingevoerde boomsoorten, als dennen (Pinus sp.) en vuurdoorns (Pyracantha
sp.), alsmede insecten en hun larven. De vogels
trekken de zaden en bessen in trossen van de bomen, houden ze met de poten vast
of klemmen ze met tussen voet en tak vast, en peuteren op die manier elk zaadje
uit zijn omhulsel. In de grote vogelparken kan men vaak van dichtbij bekijken hoe behendig ze
dat doen. Als ze voldoende gegeten hebben, blijven ze in de
boomkruinen zitten en maken vaak over en weer hun bevedering weer in orde. Pas
als de voedsel brongeheel is leeggegeten, trekken de
vogels verder naar een volgende voedselbron.
Het
broedseizoen in de natuur ligt tussen oktober en januari. De broedplek is een
holte in een hoge boom of dode tak waarbij eucalyptusbomen de voorkeur hebben
en vooral als ze tevens in de nabijheid van water staan. Beide vogels brengen
de nestholte in orde en knagen zonodig het inwendige ervan groter.
Het
legsel bestaat gewoonlijk uit twee eieren, soms drie. Het broeden
begint na het leggen van het tweede ei. Man en pop broeden om beurten; broedduur 29 - 30
dagen. De jongen blijven ongeveer acht weken in het nest. Nadat ze uitgevlogen
zijn worden ze nog minstens twee maanden door de ouders bijgevoerd, maar de
onderlinge familieband blijft meestal nog wel een halfjaar bestaan.
Algemene informatie
Helmkaketoes
zijn in het verleden
slechts mondjesmaat ingevoerd. Zeldzaam in dierentuinen en vogelparken, uiterst
zeldzaam in particuliere collecties. Zeer kostbare vogels die eigenlijk alleen maar
geschikt zijn voor liefhebbers die een rijke ervaring met het verzorgen en
fokken van kaketoes hebben. Deze vogels zijn ongeschikt om als huisdier in een
kooi te worden gehouden.
Eerste
broedresultaat in volièremilieu bij mevrouw Lécallier, Frankrijk in 1921.
Gedrag
Weinig
schuwe kaketoe en minder luidruchtig dan we van de meeste andere in
volièremilieu gehouden kaketoesoorten kennen.
Tamelijk
knaaglustig van aard; hiermee dient bij de bouw van het verblijf rekening
te worden gehouden. Grootste minpunt van de
helmkaketoe is hun sterke neiging tot het plukken van de bevedering, als gevolg
van verveling. Het zijn
vooral de poppen die zich aan deze ondeugd schuldig maken.
Huisvesting en
verzorging
De
vogels paarsgewijs huisvesten in een metalen volière van minimaal (lxbxh) 6 x 4
x
Omdat
helmkaketoes in de natuur slechts weinig op de grond komen, moet hen het
voedsel e.d. op een verhoging aangeboden worden. De eet- en drinkbakken dienen van metaal of steen te zijn en zodanig
vastgezet te worden dat de vogels ze niet om kunnen gooien.
Veelvuldig
verse knaagtakken aanbieden in allerlei diktes. Verder elke dag zorgen voor fris
badwater. Eventueel regeninstallatie op de buitenvolière aanbrengen.
Voeding
Men
moet helmkaketoes niet het gebruikelijke zaadmengsel voor papegaaien geven. Om
het euvel van verenplukken te voorkomen, moeten de vogels beziggehouden worden.
Wijlen Dr. Burkard, een vogelliefhebber pur-’sang met
een enorme ervaring met het houden en fokken van zeldzame en moeilijk te houden
vogelsoorten waaronder de helmkaketoe, wist met zijn hierna volgende manier van voeren het
probleem van plukken te voorkomen en verschillende geplukte vogels die hij in
bezit kreeg weer in een puike veerconditie te brengen.
Als
basis verstrekte hij een gebruikelijk zaadmengsel voor exotische prachtvinken. Hieraan voegde hij
een flinke portie van het zogeheten mannazaad toe (Argentijns geel mohair),
verder kleine oliehoudende zaden en als aanvulling op dit mengsel trosgierst.
Als toegift gaf hij een heel klein beetje gekiemd zaad bestaande uit 1/3 zonnebloempitten, 1/3
haver en 1/3
tarwe.
Verder
gesloten dennenappels van dennen, sparren en pijnbomen.
Voorts
gaf Dr. Burkard zijn helmkaketoes veel fruit in de vorm van appel, perzik,
sinaasappel en grapefruit, daarnaast allerlei groentes, waaronder ook
zaadknoppen van de paardenbloem en het afrikaantje (Tagetes).
Twee
tot vier keer per week werden takken met lijsterbessen, vuurdoorn of
rozenbottels verstrekt. (voor buiten het bessenseizoen kan men een flinke
voorraad invriezen). Buitendien kregen de vogels een
keer of drie per week een rauw stuk bot van kip, konijn of lam, waarmee ze en
hele poos bezig waren maar uiteindelijk geheel opaten. Overigens van
hondenbrokken blijken deze vogels ook niet vies te zijn.
Om
hun knaaglust te bevredigen kan men de vogels verse takken van berk, den en
hazelnoot geven.
Met
een dergelijk voedselaanbod zijn de vogels inderdaad lange tijd bezig om voldoende binnen
te krijgen. Een vergelijkbaar menu zou ook eens uitgeprobeerd kunnen worden bij
solitair in kooien gehouden papegaaiachtigen die zichzelf vaak uit pure verveling plukken.
Fok
Over
broedresultaten met deze vogels wordt wereldwijd slechts af en toe bericht. Dat
is vooral een gevolg van het feit dat de soort weinig gehouden wordt. Het meest
succesvol met de helmkaketoe is de San Diego Zoo in de USA. In deze dierentuin
heeft men er al verschillende
generaties van op stok weten te krijgen. Maar er zijn ook verschillende
particulieren die zeer goed met deze vogels hebben gebroed. Het koppel van
Chris Chalmers bijv. brengt al meer dan 20 jaar lang
elk jaar twee jongen groot. Ook Dr. Burkard kreeg verschillende jaren
achtereen jongen op stok. Bij de meeste liefhebbers die met de Helmkaketoe
hebben gebroed beperkt het succes zich tot een of twee jaar, daarna houdt het
op. Na de reden hiervan kan men slechts raden. Volgens Dr. Burkard zijn
helmkaketoes goede broed-
en oudervogels.
Helmkaketoes
zijn pas geslachtsrijp als ze vier jaar oud zijn.
Net
als in de natuur brengen man en pop samen met knagen de nestholte in
gereedheid. Er worden doorgaans twee eieren gelegd waarna man en pop
beurtelings het uitbroeden van het legsel op zich nemen. Als de jongen uitkomen
zijn ze spaarzaam met een crèmewitte donslaag bedekt. In tegenstelling met
witte kaketoes die hun jongen onder de vleugels warm houden tot ze vrijwel
bevederd zijn, houden helmkaketoes het eerder voor gezien en stoppen er
gewoonlijk mee als de jongen 16 dagen oud zijn.
Als
het echter te koud is, kan dat voor de jongen fataal zijn. Gordon Dosser een
ervaren kaketoefokker in Australië adviseert aan de onderzijde van het broedblok
een 25 Watt lamp aan te brengen die gedurende de nachtelijke uren moet branden
totdat de jongen geheel in de veren zitten. Wanneer de jongen de ogen openen, kunnen
ze geringd worden; ringmaat
Mutaties
Van
de helmkaketoe zijn geen mutaties bekend.
Tekst:
H.W.J. van der Linden