GEELKOPAMAZONE OF DUBBELGEELKOPAMAZONE
Amazona
oratrix Ridgway, 1887
Deze
keer wil ik eens even stilstaan bij de Amazona oratrix. Soort en ondersoorten
van deze amazonepapegaai werden in het verleden tot de ondersoorten van de geelvoorhoofdamazone,
Amazona ochrocephala, gerekend. Deze
grote amazone, zijn lengte bedraagt ca. 40 cm, bewoont de oostelijke en westelijke
kustgebieden van Centraal-Mexico, Yucatán en noordelijk Belize.
Behalve
de nominaatvorm Amazona oratrix zijn er een tweetal rassen van de geelkopamazone
bekend die in liefhebberskringen vaak als ‘geelkopamazone’ gehouden worden en -
wat met het oog op de raszuiverheid van de soorten erger is - met elkaar
gekruist. Bedoeld zijn de Belize amazone, Amazona
oratrix belizensis uit Zuid-Belize en de Tres Marias amazone, Amazona oratrix tresmariae afkomstig van
de eilandengroep Tres Marias voor de westkust van Mexico.
Voornaamste kenmerken van de drie genoemde rassen:
Bij de geelkopamazone loopt het geel door tot op de achterkop; teugels, kin,
keel en bovenste gedeelte van de halszijden zijn geel; de groene nekveren zijn
zwart omrand. De vleugelbocht is rood, hier en daar doorweven met iets geel.
Alleen het onderste gedeelte van de dijen is
geel.
Bij de Belize amazone zijn voorhoofd en kruin geel, de achterkop overwegend
groen, soms onderbroken door enkele gele veertjes. Verder zijn de teugels en het bovenste
gedeelte van de wangen en kin geel; het onderste gedeelte van wangen en keel is
groen met soms een enkel geel veertje. Onderste gedeelte van de dijen is geel.
De Tres Marias amazone toont het meeste geel. Dat van de kop loopt door tot in
de nek en op de bovenborst. Ook de vleugelbocht toont behalve het rood veel
geel. De dijen zijn helemaal geel. De staartveren zijn langer waardoor tresmariae een stuk groter lijkt dan oratrix en belize.
Huisvesting en verzorging
In een vlucht van ongeveer 2,50 x 1,20 x 2,00 m voelen deze vogels zich
prima op hun gemak en kunnen hierin ook tot broeden overgaan. Ofschoon de
geelkopamazone mits geacclimatiseerd het gehele jaar door in de buitenvolière
kan blijven, is het beter de vogels 's winters vorstvrij te huisvesten. Als
broedblok kan een uitgeholde natuurstam of zelfgemaakt nestkast dienen.
Geschikte afmetingen zijn 60 cm hoog, bodemoppervlak 30 x 30 cm, diameter invlieggat
12 cm. Als bodembedekking voor het broedblok heeft vermolmd hout de voorkeur.
Het basisvoedsel bestaat uit een gevarieerd zaadmengsel, eivoer vermengd met wat geraspte wortel en een klein beetje
groenvoer of gekiemd zaad. Zeer geschikt voor amazonepapegaaien is een zaadmengsel
bestaande uit 10% haver, 10% gerst, 10% tarwe, 10% boekweit, 10% padi, 10%
saffloerzaad, 15% millet, 10% witzaad, 5% gebroken maïs, 5% sorghum en 5%
hennep. Ter afwisseling, maar ook als aanvulling kan men dagelijks een
cedernoot of een hazelnoot geven.
Fok
Met
de geelkopamazone is verschillende keren in gevangenschap gefokt. De eerste
keer in de USA in 1944. Tussen 1966 en 1970 kreeg men in de dierentuin van
Houston ongeveer 20 jongen op stok. Het eerste Europese succes staat op naam
van Clifford Smith te Yorkshire, Engeland. Zijn koppel broedde met succes in
1970, '71 en '72; een jonge pop hiervan broedde met succes in 1977 bij K.
Dalton te Hallow; vanaf 1975 had ze eieren gelegd. Ook in ons land zijn in de
afgelopen jaren verschillende successen geboekt.
Gewoonlijk legt de geelkopamazone twee tot drie eieren, maar één of vier komt
ook voor. De eieren worden gelegd met tussenpozen van twee dagen. Alleen de pop
broedt; broedduur 26 - 28 dagen, afhankelijk van de
omgevingstemperatuur. Tijdens de kweek zijn de vogels buitengewoon agressief.
Voorzichtig dus bij nestcontrole. De jonge geelkopamazones komen bijna naakt en
volkomen blind uit het ei. Op een leeftijd van ca. 18 dagen kunnen ze geringd worden;
ringmaat 12 mm. Na vier weken zijn de ogen volledig geopend en is het gehele
lichaam met een dikke laag dons bedekt. Op een leeftijd van zes weken komen de
veren door. Met tien weken zijn ze geheel bevederd en vliegen ze uit. Na het
uitvliegen worden ze nog geruime tijd bijgevoerd. Tussen de derde en vierde maand
zijn de jongen geheel zelfstandig.
Tekst: H.W.J. van der Linden