KONINGSAMAZONE
ST. VINCENT AMAZONE
Amazona guildingii (Vigors, 1837)
Verspreidingsgebied: het eiland St. Vincent, behorend
tot de Kleine Antillen.
Soortbeschrijving
Formaat
varieert van 41 tot
Man
en pop: de algemene lichaamskleur is zeer variabel: naast een overwegend
geel-roodbruine is er ook een donkergroen-bruine kleurvariëteit, daarnaast
vogels met overgangskleuren
tussen beide variëteiten. De kleurverschillen komen vooral duidelijk naar voren
op de schouderdekveren, het rugdek, de stuitbevedering, de grote en kleine
slagpennen en de borstbevedering. Ofschoon de kleurverschillen duidelijk zijn
en ook voor leken onmiskenbaar, heeft de wetenschap er geen aanleiding in
gezien ondersoorten te benoemen.
Het
voorhoofd, het voorste gedeelte van de kruin, de teugels en het gebied rondom
de ogen is crèmeachtig wit, overgaand in bleek oranje op de achterkruin. De
veertjes van achterkop en nek zijn olijfachtig groen, matblauw getint en tonen
aan de uiteinden een ragfijn zwart zoompje. Halszijden en keel zijn bleekoranje
met blauwachtige veertippen. Het voorste gedeelte van de wangen is crèmeachtig
wit tot bleek oranje; het achterste gedeelte van de wangen en de oorstreek zijn
violetblauw. Schouderdekveren, mantel, rug en stuit zijn bronskleurig bruin of donkergroen;
bovenstaartdekveren bronsbruin met groene veerzoom. Borst en buik
zijn bronskleurig bruin, de afzonderlijke veertjes hebben een smalle dof zwarte
omzoming; de onderbuik is met groen doorspekt; de dijen zijn roodbruin of
groen.
De
vleugelzoom is oranjekleurig. De buitenste primaire vleugeldekveren zijn
donkergroen en hebben een violetblauw zoom, de
binnenste primaire vleugeldekveren zijn groen De handpennen zijn zwart, in het
midden violetblauw getint, en aan de basis geeloranje of groen. De buitenste armpennen zijn violetblauw, in
het midden groen gebandeerd en aan de basis oranjeachtig getint; de binnenste
armpennen zijn donkergroen naar de uiteinden toe overgaand violetblauw. De secundaire vleugeldekveren
zijn aan de basis groen naar de uiteinden toe overgaand in oranjebruin. De
tertiaire vleugelveren zijn donkergroen, de bovenste met bruin aangestipt; de
onderste aangestipt met blauw en aan de uiteinden voorzien van een geel
zoompje. Middelste vleugeldekveren en kleine vleugeldekveren bronsbruin of
donkergroen. De kleine ondervleugeldekveren zijn roodbruin en ietwat met blauw
getint, aan de uiteinden groen gezoomd; de grote vleugeldekveren en de
onderkant van de grote slagpennen zijn geel of groen. De staartpennen zijn aan
de basis oranjegeel in het midden violetblauw en aan de uiteinden oranjegeel
tot geel gezoomd. De onderstaartdekveren zijn geelgroen. De snavel is bleek
olijfachtig hoornkleurig, aan de basis donkerder; neusdop grijs. De oogkleur is
nagenoeg zwart, de oogiris oranjekleurig; om het oog loopt een smalle
onbevederde grijze ring. De poten zijn lichtgrijs, de nagels donkergrijs.
Biotoop
Deze
vogels zijn bewoners van de regenwouden van het centraal op het eiland gelegen bergmassief. Ze leven
er op een hoogte van 125 tot
Status wildpopulatie
Het
echtpaar Laidler, dat in de jaren 1975-1976 veldonderzoek naar deze vogels deed,
schatte het aantal koningsamazones nog op ruim 1000 stuks.
In
1979 kwam onze landgenoot R. van Dieten bij een onderzoek in samenwerking met
het ministerie van Agriculture and Forestry van St. Vincent op een aantal van
ongeveer 500. Na de uitbarsting van de vulkaan Soufrière later in dat jaar
daalde de populatie aanzienlijk. Gelukkig herstelde de populatie zich in de
daarop volgende jaren weer geleidelijk.
Het
Forestry Department van St. Vincent schat het aantal koningsamazones in de
wildbaan thans op zo’n 550 exemplaren.
Ontbossing
als gevolg van activiteiten door de mens is ongetwijfeld de grootste directe
factor voor de achteruitgang van de soort.
Een
andere belangrijke oorzaak van de dreigende teloorgang van de koningsamazone is
de bescheiden leefruimte.
De soort komt, zoals ik al aangaf, alleen voor op St. Vincent, een eiland van
nog geen 350 km2. Er zijn voorbeelden genoeg te noemen, dat
populaties van vogels op dergelijke kleine eilanden buitengewoon kwetsbaar zijn
gebleken. Aantastingen van de kwaliteit van de leefomgeving door orkanen en
vulkaanuitbarstingen en de daarbij gepaard gaande ontbossing hebben met
zekerheid ook bijgedragen aan het in aantal teruglopen van de koningsamazone.
Natuurlijke
vijanden zoals roofdieren zijn eveneens van invloed op de omvang van de
populatiegrootte van deze amazonesoort. De belangrijkste predator van deze
amazonepapegaai is de buidelrat Didelphis
marsupialis, deze opereert vooral tijdens de nestperiode en rooft de eieren
en de jongen uit het nest voor voedsel. Ook de breedvleugelbuizerd Buteo platypterus is een beruchte
predator van de jonge koningsamazonepapegaaien.
Maar
ook slangen en ingrepen van de mens zoals het binnenslepen van scheepsratten Rattus rattus hebben waarschijnlijk ook
bijgedragen aan de decimering van deze vogelsoort. Ook het gebruik van
insecticiden in de bananenplantages kan hier mogelijk worden genoemd.
Ofschoon
de koningsamazone streng beschermd is, wordt er jaarlijks nog steeds een aantal illegaal gevangen en
voor fabelachtige prijzen verkocht. Ook worden deze vogels door de inlandse
bevolking nog wel eens gestroopt voor consumptie. Al met al zijn de
vooruitzichten voor deze machtige vogel niet best. De verwachting is dan ook
dat - wanneer er geen afdoende maatregelen worden genomen - de koningsamazone op
den duur van
St. Vincent zal verdwijnen.
CITES Appendix I
Europese regelgeving inzake het bezit van en de handel in bedreigde in het wild
voorkomende dier- en plantensoorten
De
koningsamazone is opgenomen in de Bijlage
A van de Europese Basisverordening. In de Basisverordening (EG) nr. 338/97 zijn de regels gesteld omtrent invoer, uitvoer, wederuitvoer, doorvoer,
eigendomsoverdracht en commerciële handelingen.
De volledige tekst van de Basisverordening kan men vinden op www.hetinvloket.nl
Leefwijze
Koningsamazones
hebben een duidelijke voorkeur voor het vrijwel ondoordringbare oerwoud. Ze
schijnen van gezelligheid te houden, want verschillende paren koningsamazones
leven vreedzaam in groepen van twintig tot dertig exemplaren bij elkaar. De
vogels foerageren meestal in paren of in kleinere groepen, waarbij ze elkaar
met krassende geluiden voortdurend toeroepen. Het voedsel bestaat uit vruchten,
bessen, zaden en nectarrijke bloesems van verschillende boomsoorten waaronder Dacryodes exelsa, Pouteria multiflora, Inga
laurina, Licania ternatensis en Calophyllum
calaba. Vooral de vruchten van Pouteria multiflora en het zoete
vezelachtige vruchtvlees van de Manikara
bidentata wordt bijzonder graag gegeten.
De
broedtijd in de vrije natuur begint aan het einde van de droge periode
omstreeks maart/april en duurt tot augustus.
Het
nest is een holte hoog in de boom. De vogels schijnen een zekere voorkeur te
hebben voor de gomboom Dacryodes exelsa,
een boomsoort die - als ze wat ouder wordt – de neiging heeft hol te worden.
Een al bestaande kleine holte in een halfvergane boomstam of dikke zijtak wordt
door de vogels zodanig vergroot, dat ze er gemakkelijk door naar binnen kunnen.
Er zijn legsels gevonden op bijna
Avicultuur
Het
aantal in gevangenschap gehouden koningsamazones is gering. Met de vogels die
legaal in gevangenschap worden gehouden is een intensief fokprogramma opgezet
met als doel de soort voor uitsterven te behoeden.
In
1972 is er in het dierenpark van Houston, Texas, voor het eerst met deze vogels
in gevangenschap gefokt. De beide eieren werden gelegd op 28 maart en 1 april.
Slechts één ei bleek bevrucht. Alleen de pop broedde. Op 23 april was het ei
aangepikt, op 25 april kwam het jong uit. Na veertien dagen gingen de ogen
open. Het jong werd verder zonder problemen door de beide ouders grootgebracht.
Zevenenzestig dagen na het uitkomen vloog het jong uit.
William
T. Miller, een Amerikaanse bioloog die in de jaren zestig van de vorige eeuw
door de Amerikaanse overheid voor onderzoek was uitgezonden naar St. Vincent,
verzamelde tussen 1968 en 1970 tien wildvang koningsamzonepapegaaien voor een
fokprogramma in gevangenschap. Na zijn terugkeer en pensionering stichtte
hij op Barbados het Carribean Wildlife Research Project. In 1976 lukte het Miller twee jongen op
stok te krijgen. Het jaar daarvoor fokte hij al twee jongen, maar deze stierven
jammer genoeg aan een schimmelinfectie toen ze ongeveer 40 dagen oud waren. In
1983 en 1985 kreeg hij telkens wederom twee jongen groot.
Volgens
Miller zijn koningsamazones pas in hun vijfde levensjaar geslachtsrijp. Zodra
ze in broedstemming komen, dulden ze geen andere vogels meer in het verblijf.
Als
regel leggen koningsamazones in volièremilieu eenmaal per jaar een legsel van
twee eieren. Bij Miller op Barbados meestal begin maart, de jongen vliegen
dan in juni uit. Tijdens de broedperiode zijn de vogels zeer storingsgevoelig. Bij het minste geluid dat ze waarnemen verlaten ze de nestholte. Miller
adviseert voor
deze vogels zeer dikwandige broedblokken te nemen en werkzaamheden in de
nabijheid van de vogels gedurende de broedperiode zoveel mogelijk achterwege te
laten. De pop broedt alleen en begint daarmee gewoonlijk na het leggen van het
tweede ei. De broedduur is 25 dagen. Als de jongen uitvliegen worden ze nog
ongeveer drie weken door de oudervogels gevoerd, ook als ze zelf al voedsel
opnemen. Drie weken na het uitvliegen zijn de vogels zelfstandig
Koningsamazones
baden graag laten zich ook graag beregenen.
In
1981 ontving R. Noegel eigenaar van het Life Fellowship Bird Sanctuary in
Florida (USA) van Miller acht koningsamazones, vier wildvang en vier door hem gefokte exemplaren. Ruim
een half jaar later kon hij het eerste broedresultaat melden.
Wereldwijd
heeft men tot 1982 slechts zes koningsamazones op stok gekregen.
In
de jaren 1983 en 1984 boekte het fokstation van de Carribean Wildlife
Preservation Trust dat gevestigd is op Dominica enkele
opmerkelijke successen: totaal zes jonge koningsamazones. Een jong was een
afstammeling van één van de drie poppen waarmee het vogelpark Walsrode (thans
Weltvogelpark Walsrode) aan dit fokprogramma deelnam.
In
het fokstation van de Caribbian Wildlife Preservation Trust krijgen
koningsamazone’s dagelijks de volgende groenten- en fruitmengeling in gelijk
opgedeelde hoeveelheden aangeboden: stukjes onrijpe nog melkachtige maïskolven,
komkommer, peultjes, stukjes wortel, paprika, avocado, ananas, sinaasappel, grapefruit,
honing- en watermeloen, papaja, mango, banaan en meelbanaan (platano) en mango.
Als aanvulling bij dit gevarieerde groenten- en fruitdieet elke dag een
kinderpaplepel gekiemde zonnebloempitten per vogel.
Alleen
als er jongen zijn krijgt elke vogel bovendien eenderde deel van een
hardgekookt ei, fijngeprakt
en vermengd met een beetje paneermeel waaraan dan vervolgens nog een
mineralenpreparaat wordt toegevoegd.
In
1988 kreeg Noegel wederom drie jongen op stok.
Ondanks
alle inspanningen zijn de in volièremilieu levende keizeramazones nog steeds
niet uitgegroeid tot een stabiele en levensvatbare populatie. Maar wie weet,
komt het er nog van. Het begin is er in ieder geval.
Zover
mij bekend zijn er in Europa slechts twee vogelparken waar men de koningsamazone
kan bewonderen: Jersey Wildlife Preservation Trust, en Bird Paradise, Cornwall;
tot een aantal jaren geleden ook in Vogelpark Walsrode, maar de aldaar aanwezige vogels doen mee aan het fokprogramma van Caribbian
Wildlife Preservation Trust.
In
Walsrode waren de vogels vroeger gehuisvest in een ruime buitenvolière met
aansluitend nachtverblijf waarin de temperatuur in het koude jaargetijde niet onder
de 10 graden Celsius daalde. In alle drie vogelparken is het al wel tot
eierafzet gekomen, maar zover ik weet, zijn er geen broedresultaten behaald.
Laten we hopen dat het ook in Europa nog gaat lukken en men er in zal slagen
deze prachtige vogels voor uitsterven te behoeden.
Mutaties: geen