Amazona
arausiaca (P.L.S. Müller, 1776)
Verspreidingsgebied:
Dominica (Kleine Antillen)
Soortbeschrijving
Formaat ongeveer
Man en pop: de algemene lichaamskleur
is groen; de afzonderlijke veertjes van achterkop, nek en mantel tonen een
ragfijne dof zwarte omzoming. Het voorhoofd, het
voorste deel van de kruin, teugels, omgeving van de ogen, het voorste gedeelte
van de wangen en de kin zijn violetblauw. De keel toont een rode vlek,
menigmaal in de vorm van een onregelmatige band, bij sommige vogels uitlopend
tot op de bovenborst. De vleugelrand is geelachtig groen. De handpennen zijn donkergroen, naar de uiteinden toe overgaand in dof violet
blauw; primaire vleugeldekveren donkergroen. De binnenste armpennen tonen
donkergroen, de drie buitenste zijn aan de basis rood vervolgens overgaand in
geel en aan het uiteinde violetblauw de vierde armpen is geel en overgoten met
een groen waas. het uiteinde is violetblauw. De drie
binnenste armpennen tonen tezamen een rode
vleugelspiegel. Onderste vleugeldekveren zijn groen, de onderkant van de
slagpennen blauw. De staartveren zijn groen met geelachtig groene tippen, de
zijdelingse staartveren hebben op de
binnenvlag nabij de veerbasis een rode
vlek, wat alleen zichtbaar is bij het spreiden van de staart. De meest
buitenste staartpen toont op de buitenvlag een blauwe omzoming. De
bovenstaartdekveren zijn groen, de onderstaartdekveren geelachtig groen. De
snavel is aan de basis geelachtig hoornkleurig naar de punt toe overgaand in
grijs, ondersnavel hoornkleurig; neusdop grijs. De oogkleur is nagenoeg zwart,
de irisring oranjekleurig; de onbevederde ring om de ogen is grijs. De poten
zijn grijs, de nagels grijszwart.
Biotoop
De
roodkeelamazone, ook wel Dominica-amazone of blauwkopamazone genoemd, is een
bewoner van het primaire regenwoud tegen de steile berghellingen van het Morne
Diablotin bergmassief in het noorden van Dominica en in de nog meer noordelijk
gelegen Morne au Diable regio. Sedert enkele jaren ook
weer op enkele kleine locaties in oost, zuidoost en het midden van het eiland
en meer zuidelijk in het Morne Trois Pitons National Park. De vogels leven
normaliter op hoogten tussen 300 en
Status wildpopulatie
Het verlies van het natuurlijke
leefgebied vooral op lagere hoogten door ontbossing ten behoeve van de aanleg
van bananen- en citrusplantages moet gezien worden als de grootste directe
factor die het voortbestaan van de roodkeelamazone bedreigen. Daarnaast speelt
ook de kleine leefruimte een grote rol.
Het
eiland Dominica heeft een oppervlakte van 751 km2. De verschillende
broedgebieden van deze vogels beslaan samen een oppervlakte van ongeveer 70 km2.
De vraag is of een dergelijke kleine leefruimte op de lange duur de vogels
voldoende mogelijkheden kan bieden om te kunnen overleven. Er zijn wereldwijd
genoeg voorbeelden aan te halen waaruit blijkt, dat populaties van vogels met
een dergelijke kleine leefruimte op de lange duur nauwelijks kans hebben te
overleven.
Aantastingen
van de kwaliteit van de leefomgeving door orkanen en de daarmee gepaard gaande
verwoestingen hebben eveneens in zeer hoge mate bijgedragen aan het in aantal
teruglopen van de soort.
David,
de meest verwoestende orkaan sinds mensenheugenis, die eind augustus 1979 met
ongekende windsnelheden over het eiland trok, velde binnen enkele uren alleen
al in het regenwoud
naar schatting 5 miljoen bomen. Een bijkomend effect hiervan was dat ook een
groot deel van de voedselbronnen en nestgelegenheden van de vogels werd verwoest. In het
noorden van het eiland kwam vrijwel de helft van de populatie om en op de rest
van het eiland ging nagenoeg de gehele populatie verloren.
Begin
1980 werd na onderzoek door ambtenaren van de Dominicaanse boscultuur het nog resterende
bestand van de roodkeelamazone geschat op minder dan 150 stuks waarvan een gedeelte
door ondervoeding in een gebrekkige lichamelijke conditie verkeerde.
Later
in het jaar werd Dominica opnieuw bezocht door een orkaan, weliswaar minder
hevig dan David, maar ook deze keer bleef er van de voedselbronnen weinig over
en heerste er voor het tweede jaar achtereen voedselschaarste.
Natuurlijke
vijanden vormen eveneens een bedreiging voor de soort. De belangrijkste
predator is de buidelrat (Didelphis
marsupialis), deze opereert vooral tijdens de nestperiode en rooft de
eieren en de jongen uit de nesten om ze vervolgens op te eten. Ook de
breedvleugelbuizerd (Buteo platypterus) is een beruchte predator van de jonge
amazones. De op
het eiland voorkomende boa’s (Boa
constrictor) en ratten (Rattus rattus)
maken jaarlijks eveneens talrijke slachtoffers.
Gelukkig
schijnt de smokkel van deze amazonepapegaaien voor de internationale
vogelhandel nog nauwelijks
voor te komen en ook de jacht op deze vogels voor consumptie is
naar verluid verleden tijd.
Het aantal roodkeelamazones heeft zich
in de afgelopen drie decennia
ongeveer weer vervijfvoudigd. De totale populatie
wordt momenteel geschat op 750 tot 800 exemplaren. Het grootste deel van de
populatie leeft in het noorden van Dominica, een beduidend kleinere populatie
bevindt zich in het zuiden van het
eiland. Vooral
in het zuiden zijn veel kleine gebieden opnieuw bezet nadat de soort hier in de
nasleep van de verwoestende orkaan in 1979 nagenoeg was verdwenen.
Ondanks
de stijging van de totale populatie blijft de soort uiterst kwetsbaar. CITES
Appendix I
Europese regelgeving inzake het bezit van en de handel in bedreigde in het wild
voorkomende dier- en plantensoorten
De
roodkeelamazone is opgenomen in de Bijlage
A van de Europese Basisverordening. In de Basisverordening (EG) nr. 338/97 zijn de regels gesteld omtrent invoer, uitvoer, wederuitvoer, doorvoer,
eigendomsoverdracht en commerciële handelingen.
De volledige tekst van de Basisverordening kan men vinden op www.hetinvloket.nl
Leefwijze
Deze
amazones leven paarsgewijs of in kleine groepjes. Binnen hun
verspreidingsgebied bewonen ze afhankelijk van het voedselaanbod verschillende
leefgebieden.
Broedperiode
van begin januari tot juni. Ze nestelen in hoge bomen als Dacryodes excelsa en Sloanea
berteriana gewoonlijk zo’n 11 tot
Beide
ouders verzorgen de jongen. De eerste tijd na het uitkomen van de jongen voert
de man de pop buiten de nestholte op een tak van een nabijstaande boom,
vervolgens voert de pop de jongen. Na ongeveer 14 dagen voert ook de man de
jongen rechtstreeks op het nest. Opvallend daarbij is dat de nestbezoeken van
de man beduidend korter in tijdsduur zijn dan van de pop. Naarmate de nesttijd
van de jongen vordert, neemt de tijdsduur dat de pop het nest bezoekt af,
terwijl die van de man nauwelijks verandert.
Avicultuur
De
eerste afbeelding van de roodkeelamazone dateert al van 1758 en werd gemaakt
door Georg Edwards, een in zijn tijd befaamde ornitholoog die in 1743 zijn Natural History of Birds schreef.
Deze
amazonepapegaai is altijd een zeer zeldzame vogel in volièremilieu gebleven.
Volgens Rosemary Low kwamen er door de jaren heen waarschijnlijk niet meer
dan een dozijn van deze vogels in Engeland terecht. Het echtpaar Nichols uit
San Antonia, Texas, dat de bedreigde amazonesoorten in het Caribische gebied
gedurende vele jaren uitvoerig onderzocht, kreeg in 1976 een paar van deze
vogels in hun bezit. Ook het Weltvogelpark Walsrode ontving in 1976 twee paar
van deze vogels, waarvan één paar in een voor het
publiek toegankelijke ruimte werd gehuisvest. Het andere werd buiten
het zicht van het publiek gehouden met de bedoeling ermee te fokken. In 1982
verhuisde dit paar naar het fokstation van de Carribean Wildlife Preservation
Trust in de Dominicaanse Republiek teneinde te
trachten de vogels - onder gunstiger milieuomstandigheden dan die in Europa
aanwezig zijn - tot broeden te brengen. De vogels werden gehuisvest in een
volière van
Het
voedsel voor deze vogels bestaat uit een rijke variatie aan groente en fruit:
stukjes wortel, paprika, komkommer, peultjes, avocado, sinaasappel, grapefruit,
ananas, papaja, mango, honing- en watermeloen, banaan, meelbanaan (platano)
aangevuld met stukjes onrijpe nog melkachtige maïskolven en een kinderpaplepel
gekiemde zonnebloempitten per vogel.
Al
het eerste jaar na aankomst in het fokstation werd verschillende keren baltsgedrag waargenomen,
zowel op de bodem als op de zitstok. Ook de nestholte werd door de vogels regelmatig bezocht.
Er werden drie eieren gelegd, die helaas onbevrucht bleken te zijn.
In de jaren 1980 had ook Jersey Wildlife Preservation
Trust in Engeland twee roodkeelamazones in haar bezit.
Tot op heden zijn er echter van deze amazonesoort nog
geen broedresultaten bekend.
Mutaties
Er is een lutino exemplaar gesignaleerd
in de wildbaan.
Tekst:
H.W.J. van der Linden