3. PLAATS VAN DE GRASPARKIET IN HET DIERENRIJK
Kenmerkend voor levende dieren is
dat ze zich op grond van hun overeenkomsten in een zoölogisch systeem laten
rangschikken.
Het belangrijkste criterium waarnaar
men de dieren indeelt, is de gelijkvormigheid. Deze berust op het
gemeenschappelijke bezit van een reeks gelijke erfelijke factoren. Voorts is
van belang of de dieren onderling nakomelingen kunnen voortbrengen.
In het jaar 1735 publiceerde
Linnaeus zijn beroemde werk Systema
Naturae, waarin het systeem voor de indeling van planten en dieren werd
gegeven, dat we thans gebruiken. Het systeem berust op het indelen der
organismen in steeds kleinere groepen, waarvan de leden binnen de groep steeds
grotere overeenkomsten met elkaar vertonen. De meest grove indeling is die in
drie rijken: eencelligen, plantenrijk, dierenrijk. De eerste onderverdeling is
die in hoofdafdelingen. Een voor ons belangrijke hoofdafdeling is die der Chordata, die alle dieren met een
wervelkolom omvat. Een hoofdafdeling wordt onderverdeeld in klassen. De
hoofdafdeling Chordata is
onderverdeeld in vijf klassen: vissen, amfibieën, reptielen, vogels en
zoogdieren. De volgende onderverdeling is die in orden. De klasse der vogels is
verdeeld in 27 orden. Ze alle noemen zou te ver voeren en ik beperk me dan ook
tot de orde die ons thans het meest interesseert, de Psittaciformes
(papegaaien). Deze orde omvat alle papegaaien, parkieten, lori's en kaketoes.
Dan volgt de onderverdeling in families en vaak nog een verdere onderverdeling
in sub-families. De orde Psittaciformes wordt in de moderne literatuur veelal
als volgt onderverdeeld:
Loriidae (lori's).
Geen onderverdeling in sub-families.
Cacatuidae (kaketoes).
De familie is onderverdeeld in twee sub-families:
1. Cacatuinae;
2. Nymphicinae.
Psittacidae
(papegaaien en parkieten). De familie is onderverdeeld in vier
sub-families:
1. Nestorinae (nestorpapegaaien);
2. Micropsittinae (pygmeepapegaaitjes
of spechtpapegaaitjes);
3. Strigopinae (uilpapegaaien);
4. Psittacinae (echte
papegaaien).
Het geslacht is de volgende
kleinere groepering. Dan volgt binnen het
geslacht de onderverdeling in
soorten.
De subfamilie Psittacinae omvat
62 geslachten, waaronder het geslacht
Melopsittacus. Voegen we nu aan
de geslachtsnaam Melopsittacus de aanduiding undulatus toe, dan hebben we
op wetenschappelijke wijze
een soort - in dit geval de
grasparkiet - van een naam voorzien.
Samenvattend, ziet de 'stamboom`
van de grasparkiet er als volgt uit:
Regnum
(rijk): Regnum animale (dierenrijk)
Phylum (hoofdafdeling): Chordata
(Chordadieren)
Classis (klasse): Aves (vogels)
Ordo (orde):
Psittaciformes
Familia (familie): Psittacidae
Subfamilia (subfamilie): Psittacinae
Genus (geslacht): Melopsittacus
Species (soort): undulatus
Het begrip soort behoeft in dit
verband nadere toelichting. Het is niet slechts een door een mens met een
zekere willekeur vastgestelde
gelijkvormigheid, maar bepaald
door een natuurlijke factor. Deze bestaat daaruit, dat groepen individuen die
tot een soort samengevoegd zijn en die een
erfelijk bepaalde
gelijkvormigheid vertonen zich onderling voortplanten. De soort is dus niet
alleen maar een groep van individuen, die in
overeenkomstige stadia van hun
ontwikkeling en onder gelijke omstandigheden in bouw en functie zeer veel met
elkaar gemeen hebben; de soort is ook een
voortplantingsgemeenschap, die
ten opzichte van andere soorten in sterke mate afgesloten is. Daardoor wordt
gewaarborgd, dat iedere soort haar kenmerken
vrijwel onveranderd aan de
nakomelingen doorgeeft.