4. DE HUISVESTING

 

Wat de huisvesting betreft stelt een grasparkiet geen hoge eisen. Één van de goede eigenschappen van de parkiet is dat hij zich in elk verblijf kan aanpassen en er tot broeden overgaan. Dat neemt echter niet weg dat men van doelmatig gebouwde verblijven betere resultaten kan verwachten, zodat we hieraan toch de nodige aandacht moeten besteden.

Voor het fokken van grasparkieten behoeft men beslist niet over een grote tuin te beschikken. Ook op zolder, in een lege slaapkamer, ja zelfs in bergruimten onder de moderne torenflats worden grasparkieten gehouden en gefokt en dikwijls met uitstekende resultaten. Bij een tekort aan daglicht kan men zonder bezwaar gebruik maken van kunstlicht in de vorm van TL-verlichting. Er zijn zelfs al buislampen verkrijgbaar die het volledige zonnespectrum inclusief het ultraviolette licht uitstralen.

Vanzelfsprekend is een goed ingericht tuinhok met buitenvolière te prefereren boven een souterrain doch ook het laatste heeft zekere voordelen. Een ruimte binnenshuis is meestal vorstvrij en de temperatuur is er vrij constant. In een buitenverblijf is dit alleen door een kostbare verwarming te realiseren. Hoewel grasparkieten winterhard zijn en hun jongen bij strenge vorst zonder mankeren grootbrengen, verdient het aanbeveling in de broedruimte een temperatuur van 13 tot 15 graden Celsius te handhaven.

Het zou me weinig moeite kosten een tiental bladzijden te vullen met allerlei schetsen en bouwtekeningen, maar uit ervaring weet ik dat u als fokker toch uw eigen inzichten heeft en van de door mij gemaakte tekeningen zult afwijken. Deze vrijheid van handelen gun ik u van harte en ik zal mij daarom beperken tot het geven van een aantal adviezen en tips waarmee bij de bouw rekening kan worden gehouden.

 

De eerste raad is deze: Maak of er nu binnen of buiten wordt gebouwd, de vluchten niet te klein, ook al is het de bedoeling slechts enkele vogels te houden. Later zal blijken dat dit advies terecht is. De meeste fokkers beginnen het jaar erop al weer te breken, met alle kosten die hieraan verbonden zijn. Om toch een idee te hebben hoe groot het verblijf ongeveer moet worden, kunt u als vuistregel aanhouden zes tot zeven vogels per kubieke meter. Maak indien de ruimte dit toelaat twee vluchten, één voor de mannen en één voor de poppen. Nog beter is het als er nog een derde vlucht bijkomt, voor de jonge vogels; strikt noodzakelijk is het echter niet. Aan de andere zijde van de beschikbare ruimte kunt u dan de broedkooien opstellen (zie plattegrond fig. 4).

Bouwt u buiten in de tuin, dan kan van hetzelfde principe worden uitgegaan. U hebt dan echter nog de mogelijkheid voor de binnenvluchten enkele buitenvolières te plaatsen.

Voor de bouw begint, moet men zich op de hoogte stellen van de plaatselijke bouwvoorschriften bij het Bureau Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente waar men woonachtig is. Voor de aanvraag van een bouwvergunning moet een bouwtekening ingediend worden, meestal in drievoud, met een opgave van de te gebruiken materialen. Woont u in een huurhuis, verzuim dan niet de bepalingen hieromtrent in het huurcontract na te kijken. Hierdoor kan veel narigheid achteraf voorkomen worden. Het behoeft, om dezelfde reden, wel geen betoog dat men zich strikt aan de tekening en bouwvoorschriften moet houden. Voorts gelden voor de volièrebouw in de tuin enkele speciale regels waar rekening mee moet worden gehouden.

Grasparkieten zitten niet graag de gehele dag in de zon. Zorg er dus voor dat er ook schaduw is. Gebruik daarom geen plastic golfplaten op het nachtverblijf. Als bedekking op de buitenvlucht is dit materiaal juist wél erg geschikt. Niet alleen houdt u de buitenvolière goed droog, maar de plastic golfplaten bieden tevens een goede bescherming tegen katten en roofvogels. Verzuim niet onder de golfplaten gaas aan te brengen. Menig vogelliefhebber is door deze nalatigheid zijn hele collectie vogels kwijtgeraakt omdat bij een storm het dak er afgerukt werd.

Gebruik in de buitenvlucht grof rivierzand als bodembedekking. Nog beter is het, onder het rivierzand een laag kiezel of puin aan te brengen, zodat het regenwater dat er van de zijkant inregent, direct wegzakt. Vooral als u er vanaf ziet op de buitenvolière een dak te maken, is een dikke laag rivierzand als bodembedekking zonder meer noodzakelijk. Het heeft weinig zin een vlucht bestemd voor grasparkieten te beplanten. In een mum van tijd wordt alle moeite teniet gedaan doordat de vogels alles kaal knagen. Neem als decoratiemateriaal liever een paar kleine boomstronken of grillig gevormde takken. Met een beetje moeite is hier wel aan te komen. De zitstokken maakt u het beste van levend hout, bijvoorbeeld van wilgentakken, met een diameter variërend van 10 tot 25 mm. De zitstokken dienen van tijd tot tijd te worden vernieuwd.

Sommige liefhebbers gebruiken voor hun vluchten geplastificeerd gaas. Doordat grasparkieten overal aan knagen, houdt deze beschermende laag het meestal niet lang uit. De extra kosten voor dit soort gaas zijn weggegooid geld.

Zelf heb ik goede ervaringen met gewoon gegalvaniseerd gaas. Als extra bescherming tegen weersinvloeden, maar ook om de hinderlijke schittering van nieuw gaas tegen te gaan, breng ik met een rolborstel een laagje scheepsteer aan, wat verkrijgbaar is in winkels voor scheepsbenodigdheden. Als het gaas hier elke twee jaar mee behandeld wordt, biedt het een afdoende bescherming, getuige mijn volières waar al ruim 30 jaar hetzelfde gaas op zit.

De bodem van het binnenhok bestaat uit beton of trottoirtegels. Alvorens de tegels te leggen of beton te storten, gaat er eerst een stuk plastic op de grond. Hierover komt een laag zand en dan pas worden tegels gelegd of beton gestort. Deze handelswijze is noodzakelijk om het optrekken van vocht te voorkomen. Over de tegels of de betonlaag dient, als bodembedekking, nog een laagje rivierzand te worden gestrooid, maar ook beuken houtsnippers doen het in binnenverblijven goed.

 

De ventilatie in het vogelverblijf moet optimaal zijn. Zorg er bij de bouw van het hok voor dat u de openslaande ramen zodanig plaatst dat uw vogels niet op de tocht komen te zitten.

Wie zijn vogels helemaal optimaal wil huisvesten, adviseer ik vooral een negatieve ionen generator te installeren. Een negatieve ionen generator is een elektrisch apparaat dat een constante stroom negatieve ionen produceert waardoor de natuurlijke balans in de atmosfeer van het vogelverblijf, die vaak erg stoffig, bedompt en verschaald is, wordt hersteld. Bij de gunstige eigenschappen van een luchtionisator hoort ook dat, naast vele andere gunstige effecten, met behulp van negatieve luchtionen schimmels en bacteriën gedood kunnen worden, zonder toxische bijwerkingen.

 

Voor de verlichting in het nachtverblijf kan men het beste TL-armaturen nemen. De aanschaf is weliswaar iets duurder, maar ze zijn voordelig in het gebruik. TL-buizen zijn er in diverse verbruiksterktes en kleuren. Zeer geschikt voor het gebruik in de broedruimte zijn TL-buizen met kleur 33 en 84. Beide geven neutraal wit licht en hebben een hoge lichtopbrengst

 

Overzicht TL-buizen kleur 33 en 84

 

Kleur        Watt        Lumen

  33              8            410

  33            15            960

  33            18          1150

  33            30          2300

  33            36          3000

  33            58          4800

  84              8            450

  84            15          1000

  84            18          1450

  84            30          2400

  84            36          3450

  84            58          5400

  

Achter de verbruikssterkte in Watt heb ik telkens de lichtstroom uitgedrukt in Lumen aangegeven. Deze waarden hebben we nodig om de juiste lichtsterkte in ons verblijf te kunnen berekenen. Bepalend voor de verlichting van het verblijf is namelijk niet de sterkte van de lichtbron, maar de lichtstroom per eenheid van oppervlakte. Dit laatste noemt men de verlichtingssterkte; deze wordt uitgedrukt in lux. 1 lux is de verlichtingssterkte van een oppervlak waarop per vierkante meter een lichtstroom van 1 Lumen valt. Met een formule kunnen we dit als volgt aangeven: 1 lux = 1 Lumen/m². Nu is het zo, dat we voor de verlichting in het vogelverblijf minimaal 500 Lumen per m² ofwel 500 lux rekenen. In een verblijf van 10 m² hebben we dus lichtbronnen nodig met een gezamenlijke lichtstroom van 10 x 500 = 5000 Lumen. Met behulp van het overzicht kunnen we nu de juiste lichtsterkte bepalen.

Het aan- en uitgaan van de verlichting regelen we bij voorkeur met een tijdklok. Uit ervaring weet ik dat het zelf aan- en uitdraaien van de verlichting te onregelmatig gebeurt met als gevolg dat de vogels uit conditie raken. Laat gedurende de nachturen, als de TL-verlichting gedoofd is, een klein lampje branden. Zeer geschikt hiervoor zijn de spaarbranders die men wel op kinderkamers gebruikt en die men zo in het stopcontact kan steken.

 

Het voederen doen we bij voorkeur op een verhoging. Hiertoe kunt u een voedertafel nemen of gewoon een stevige plank aan de muur bevestigen waarop dan de voer- en gritbakjes worden gezet. Grasparkieten baden niet of nauwelijks. Een schaal voor het badwater kan dus achterwege blijven. Het drinkwater geven we in een zogenaamde flessenautomaat die we aan het plafond op kunnen hangen. We zorgen ervoor dat voerbakjes en drinkfles ver genoeg van de zitstokken verwijderd staan, zodat ze niet door de uitwerpselen van de vogels bevuild kunnen worden.

 

De broedkooien zijn een hoofdstuk apart. U kunt de kooien losmaken maar ook als een soort batterij aan elkaar. Losse broedkooien kunnen, als ze tenminste allemaal even groot zijn, gewoon op elkaar worden gestapeld. U krijgt dan hetzelfde effect als bij de zogenaamde broedbatterijen die uit één stuk gemaakt zijn. Losse kooien zijn gemakkelijker te reinigen en hebben bovendien het voordeel dat ze gemakkelijk ergens op te bergen zijn als u ze niet nodig heeft. Een nadeel is dat men wat meer materiaal nodig heeft.

Een goede kooimaat is 80 cm lang, 50 cm hoog en 40 cm diep.Groter mag natuurlijk gerust, veel kleiner liever niet. Als materiaal is 8 mm multiplex zeer geschikt. Voor de achterzijde kan hardboard worden gebruikt.

Sommige fokkers maken het tussenschot van gaas. Men gaat ervan uit dat grasparkieten koloniebroeders zijn en elkaar op deze wijze stimuleren. Aan een dergelijke constructie kleven echter ook bezwaren. In broedkooien met tussenschotten van gaas kunt u bijvoorbeeld geen man en pop naast elkaar zetten, die het jaar ervoor samen zaten. Grasparkieten hebben een zeer goed geheugen zodat ze hun geliefde van het vorige jaar beslist herkennen. De kans dat ze het dan met de nieuwe partner, die wij voor hen uitgezocht hebben, laten afweten is niet denkbeeldig.

Ook in de broedkooi genieten wilgentakken de voorkeur. De hierin aanwezige cellulose komt de gezondheid van de vogels zeker ten goede. Broedrijpe poppen knagen voortdurend en u dient de takken dan ook telkens door verse te vervangen. Een ander voordeel is, dat parkieten bij aanwezigheid van levend hout, het houtwerk van de broedkooi met rust zullen laten. Denk er vooral om dat de zitstok stevig bevestigd is en dat ze op een zodanige hoogtegeplaatst wordt, dat de man bij het treden niet gehinderd wordt door het plafond van de kooi. Zorg voor flinke, niet te dunne stokken. Wiebelende en als schommels opgehangen zitstokken zijn niet geschikt en horen in een broedkooi niet thuis.

Fig. 5 toont een afbeelding van een broedkooi. Rechts boven in het voorfront is een opening gelaten waarin het broedblok past.

 

Het broedblok moet niet te klein zijn. Persoonlijk gebruik ik zelfgemaakte kasten met een binnenwerkse bodemoppervlakte van 16x 25 cm. De hoogte binnen in het blok is 16 cm. De bodemdikte is 3 cm. Dit om een mogelijke afkoeling van de eieren gedurende koude periodes tegen te gaan. In de bodem dient een uitholling gemaakt te worden, die in het midden een diepte van ongeveer 1 cm moet hebben. Het vlieggat maken we rechts- of linksboven, doch zodanig dat het niet juist boven de uitholling in de bodem zit: bij het plotseling binnengaan in de nestkast zou de pop de eieren kunnen beschadigen. De doorsnede van het vlieggat moet ca 5 cm bedragen. Aan de binnenzijde onder het vlieggat kunnen we nog een opstapje maken. Verder boren we voor ventilatie nog enkele gaten van een halve cm doorsnede in de zijwanden of het deksel (fig. 6).

Gebruik voor de vervaardiging van de broedblokken geschaafd vurenhout. Hechthout is niet geschikt omdat het geen vocht opneemt en daarom een nadelige invloed uitoefent op de vochtigheidsgraad in het blok. Ook spaanplaat moet worden afgeraden omdat het teveel schuilplaats aan de bloedluis biedt.Om dezelfde reden verdient het aanbeveling alle onderdelen van broedkooi en broedblok te lijmen. Op die manier geeft u de luis weinig kans.

Het interieur van het nachtverblijf en de broedkooien moeten worden gewit. Hiervoor nemen we een veegvaste witkalk, die in een winkel voor dierenbenodigdheden verkrijgbaar is.

Werk ook de buitenzijde netjes af. Indien de ruimte het toelaat, plant dan wat groen om de volière zodat het geheel in de beplanting van de tuin wordt opgenomen. Bedenk dat een op de juiste plaats gesitueerde en goed afgewerkte volière een sieraadvoor het oog kan zijn waarom menigeen u zal benijden.