8. FOKKEN

 

Een steeds terugkerende vraag van de liefhebber is: "Wanneer kan ik nu het beste met de fok beginnen?"

Het spreekt vanzelf dat de vogels zelf uitmaken wanneer ze met broeden willen beginnen en dat de mens hierin maar weinig te vertellen heeft. Hieruit volgt al dat we niet op een willekeurige dag, als het ons toevallig goed uitkomt, de paren bij elkaar kunnen zetten in de hoop dat er wat gebeurt.

 

Een eerste vereiste is dat de vogels minstens 9 maanden oud moeten zijn, maar liever nog wat ouder. Op de tweede plaats moeten de fokparen in broedconditie zijn. Hoewel pas op de tweede plaats genoemd, zal het duidelijk zijn dat dit het allerbelangrijkste is.

 

Wanneer zijn grasparkieten nu in de juiste lichamelijke conditie? Veel fokkers kijken alleen maar naar de poppen en vinden dat de mannen pas op de tweede plaats komen, doch dit is een ernstige misrekening. Ook de mannen moeten in topconditie zijn, dus met een strakke glanzende bevedering, doorgekleurde glanzende neusdop en fel glinsterende ogen. Mannen die nog niet geheel door de rui zijn of nog een lichte koprui hebben, wat dikwijls voorkomt als ze pas van een tentoonstelling komen, zijn nog niet geschikt om voor de fok ingezet te worden. Poppen die in broedconditie zijn, knagen alle hout dat ze te pakken kunnen krijgen stuk. Een diep donkerbruin gekleurde neusdop is eveneens een zeker teken dat de pop in goede broedconditie is. Ik heb echter ook wel poppen gehad die nooit een bruine neusdop kregen en ondanks dat prima fokvogels bleken te zijn. Ook hieruit blijkt weer eens, dat uitzonderingen de regel bevestigen.

 

Het is mogelijk de broeddrift van de vogels door middel van verlichting en verwarming te stimuleren. De 'vroege' fokkers, die dikwijls in december al met de fok willen starten, maken van deze methode gebruik. Het behoeft wel geen betoog dat vooral het wijzigen van de verlichtingstijden zeer geleidelijk dient te geschieden.

 

In de praktijk zal blijken dat niet alle vogels op dezelfde dag broedrijp zijn. Het is daarom onzinnig alle kweekparen op dezelfde dag op te kooien. We beginnen dus alleen met die paren die ook werkelijk in broedconditie zijn. Als u de broedrijpe paren in de broedkooi plaatst, doet u er goed aan de ingang van het blok met een dun latje te barricaderen, zodat de pop niet meteen naar binnen kan. Sommige poppen hebben de eigenaardige gewoonte om direct in de broedkast te kruipen en er bijna niet meer uit te komen. Op die manier krijgt de man geen kans de pop te treden. Pas als de paring heeft plaatsgevonden, kan zonder bezwaar het latje voor het invlieggat worden weggehaald. Vaak heeft de pop de versperring dan zelf al stuk geknaagd en uw hulp om in het blok te komen niet meer nodig. Mijn ervaring is dat het zien van het blok en het knagen aan de nestingang om binnen te komen zeer stimulerend op de broedconditie van de pop werkt. Eén bevruchting is voldoende voor een heel legsel, ofschoon meerdere paringen meer zekerheid geven. Een pop in de juiste broedconditie laat zich binnen enkele minuten treden als er een man bij wordt gezet.

 

Na ongeveer 10 dagen kunt u het eerste ei verwachten. Vervolgens wordt om de andere dag een ei gelegd. De grootte van het legsel varieert, maar bestaat gewoonlijk uit 4 tot 6 eieren. Soms zijn het er nog meer. De afmetingen van de eieren zijn gemiddeld: 21.3 x 17 mm, het gewicht bedraagt gemiddeld 2,8 gram (eigen metingen en wegingen gedurende het broedseizoen 1990 waarbij extreem grote en kleine eieren buiten beschouwing zijn gebleven).

Bij het tweede ei begint de grasparkiet te broeden. Er zijn echter ook poppen die al direct na het leggen van het eerste ei gaan zitten. Na een dag of vier, vijf is al te zien of de eerste eieren bevrucht zijn. Daartoe houdt u het ei tegen het licht. Duidelijk zijn dan een aantal rode adertjes te zien (fig. 9).

 

Mocht het ondanks alles gebeuren dat de eieren uit de eerste ronde onbevrucht gebleven zijn, denk dan niet te vlug dat de man of de pop onvruchtbaar zijn. Erfelijke onvruchtbaarheid komt bij grasparkieten niet zo vaak voor. Het falen is meestal terug te voeren op de lichamelijke conditie van de vogels. Is ook de tweede ronde nog onbevrucht, dan kunt u proberen door het overleggen van overtollige bevruchte eieren uit andere nesten de pop in het juiste ritme van het broedproces te brengen.

 

Willen we flinke uit de kluiten gewassen jongen, dan laten we als regel niet meer dan vier hooguit vijf eieren in het nest. De overige leggen we over bij andere poppen die er minder hebben of waarvan de eieren niet bevrucht zijn. Vergeet niet de eieren met een zacht potlood te waarmerken, anders weet u later niet meer van welke ouders ze afkomstig zijn. Ook moet u er bij het overleggen aan denken, dat de eieren ongeveer even oud zijn als die van de pop waar we de eieren willen onderleggen. Tijdens het broeden worden de maagsappen gevormd waarmee de pop de eerste dagen haar jongen voert en als een pop, die pas is gaan broeden, eieren zou krijgen die al na enkele dagen na het overleggen uit moeten komen, wordt het natuurlijke proces verstoord. De jongen zullen ofwel na enkele dagen sterven ofwel zoveel tekort komen aan noodzakelijke voedingsstoffen dat het nimmer volwaardige vogels zullen worden.

 

De broedduur is 18 dagen. Dit betekent dat de jongen om de andere dag uitkomen. Het geboortegewicht bedraagt ca. 1 gram. De jongen groeien zeer snel. Na een dag is het gewicht al verdubbeld, na twee dagen meer dan verdrievoudigd. Tot aan de 18e dag neemt het gewicht gemiddeld 2-3 gram per dag toe, daarna is de gewichtstoename gemiddeld nog ongeveer 1 gram per dag. Na 23 dagen is het hoogste gewicht bereikt. Daarna loopt het gewicht iets terug. Tijdens het broedseizoen 1990 heb ik de dagelijkse gewichtstoename van de jonge grasparkieten in de eigen kwekerij nauwkeurig bijgehouden en in kaart gebracht. Het resultaat ziet u in fig. 10.

 

Zijn de jongen ongeveer zes dagen oud, dan moeten ze geringd worden met een vaste voetring van 4,2 mm. Vogels die we na de achtste dag nog ringen, kunt u het beste voor verdere kweek uitsluiten. Dergelijke vogels hebben in hun eerste levensweek al een dermate grote achterstand in hun ontwikkeling opgelopen dat ze zich nimmer als kwaliteitsvogels zullen ontwikkelen.

 

Het juiste tijdstip van het ringen is afhankelijk van de grootte en de ontwikkeling van de jonge vogels en kan van nest tot nest, maar ook van jong tot jong verschillen. Het juiste tijdstip is, wanneer de ring er nog vlot aangaat, maar er niet meer af; dit vast te stellen is een zaak van ervaring of anders gezegd: van een geoefend oog.

 

Het ringen zelf is een kwestie van wat oefening. De eerste keer is het een hele bedoening, maar achteraf blijkt het meestal nogal meegevallen te zijn.

We nemen het jong in de ene hand, de ring tussen duim en wijsvinger van de andere hand en schuiven deze zover mogelijk over de drie langste tenen (fig. 11a-b). Vervolgens trekken we de drie tenen geheel door de ring tot over het gewricht. Daarna haalt men de kleine achterteen met een aangepunt houtje, bijv. een cocktailprikker, door de ring (fig. 11c). Deze laatste handeling is de moeilijkste omdat de nagel van de kleine achterteen nog meer gebogen is dan de andere; gewoonlijk schreeuwen de jongen er ontzettend bij, maar de angst is groter dan de pijn. Bij fig. 11d tenslotte is het leed alweer geleden.

Ofschoon grasparkieten twee voor- en twee achtertenen hebben, worden ze precies zo geringd als de vinkachtigen. Mocht men iets te laat zijn met ringen, dan het pootje eerst even insmeren met wat olie.

 

Nog een tip: ring de vogels het ene jaar bijv. rechts, het andere jaar links. Zonder de vogels uit te vangen kan men dan onmiddellijk de jarige van de overjarige onderscheiden. Sinds enkele jaren zijn bij de erkende   vogelbonden ook in kleur uitgevoerde ringen verkrijgbaar. In een bepaald  jaar zijn de ringen geel, het jaar daarop groen, daarna rood, zwart en vervolgens blauw. Na vijf jaar begint men weer met geel, enz.

 

Omdat we van elke vogel niet alles kunnen onthouden, is het noodzakelijk een stamboek bij te houden, waarin we behalve de normale gegevens zoals data van koppeling, eierafzet en geboorten, ook de afstamming en alle bijzonderheden vermelden. Maak er een gewoonte van dagelijks nestcontrole te houden en schrijf alles wat u opvalt in het stamboek. U zult bemerken dat als u al uw bevindingen nauwkeurig bijhoudt, dit vroeg of laat van pas komt. Een goede administratie is de grondslag voor succesvol fokken.

 

Sommige poppen maken in hun blok een rommel van jewelste. Niet alleen bevuilen ze de nestkast met hun eigen ontlasting, maar ze knoeien ook enorm bij het voeren van de jongen. Vaak zijn de snavels en pootjes van de jongen ernstig bevuild. Een en ander moet dagelijks worden schoongemaakt om vergroeiingen te voorkomen. Bij een goede voeding blijven de blokken droog. Het moet zó zijn, dat de ontlasting van de jongen droog en korrelig aanvoelt.

 

Na ongeveer 32 dagen vliegen de jongen uit. De pop is dan meestal al weer aan een tweede legsel begonnen. De man blijft de jongen nog een tijdje voeren totdat ze geheel zelfstandig zijn. Haal daarom de jongen niet te gauw uit de broedkooi.

 

Zet de zelfstandig geworden jongen indien mogelijk in een aparte vlucht en verstrek, behalve het zaadmengsel, grit, scherpe maagkiezel en water, hetzelfde opfokvoer als waarmee ze door de ouders gevoerd werden.

 

Storingen tijdens de fok

Ondanks al onze goede bedoelingen zijn de broedresultaten lang niet altijd in overeenstemming met de verwachtingen. We zullen een aantal gevallen, dat de fok nadelig beïnvloedt of soms geheel doet mislukken aan een nadere beschouwing onderwerpen en eens bekijken wat we er aan kunnen doen.

 

 

De pop wil geen eieren leggen

Heel erg vette poppen leggen niet, doch verder moet de oorzaak bijna altijd gezocht worden in het feit dat de pop vóór de kweek niet de juiste voeding heeft gehad. Meestal is het gebrek terug te voeren op een ernstig eiwittekort. Als gedurende de wintermaanden alleen met een zaadmengsel gevoerd is, hoeft u wat mij betreft de oorzaak nergens anders te zoeken. Alle zaden zijn ontoereikend om aan de aminozurenbehoefte te voldoen. In melk geweekt oud brood kan de eiwitsamenstelling van het voedsel gunstig beïnvloeden. Sommige kwekers geven hun vogels in plaats van water verdunde melk in de verhouding 1:1 te drinken. Indien u echter als aanvulling op het zaad alleen in melk geweekt oud brood wilt verstrekken, dient u ook nog een in de handel verkrijgbaar multi-vitaminepreparaat te geven, anders treedt vroeg of laat hypovitaminose op (tekort aan vitamine).

 

 

De pop legt schaalloze eieren (windeieren)

Dit verschijnsel is te wijten aan een ernstig vitamine D gebrek. Als u het gehele jaar door een uitgebalanceerde voeding verstrekt, kalk, grit en sepia niet vergeten heeft, zal dit niet voorkomen.

Bij windeieren treedt dikwijls legnood op. Zet de vogel warm (90o F). In hardnekkige gevallen kan met een druppelaar een beetje slaolie in de cloaca worden gedruppeld; de vogel verder warm zetten en met rust laten. In de meeste gevallen lukt het dan wel.

Legnood treedt ook op bij hevige kou, doch ik blijf van mening dat een vitamine D gebrek de eerste aanleiding is.

 

 

De eieren zijn niet bevrucht

Hiervoor kunnen vele oorzaken zijn.

De pop of man is niet in conditie. Als men de paren bijeenzet en de pop is nog niet in de juiste broedconditie, dan bestaat de kans dat ze wel eieren legt, maar zich niet door de man laat treden. Dit kan gebeuren als de pop nog te jong is of nog niet geheel door de rui.

Omgekeerd gebeurt het wel eens dat de pop wèl, maar de man niet in de juiste conditie is. Dit kan rui zijn, maar de man kan bijvoorbeeld ook te vet zijn. In het laatste geval is de geslachtsdrift sterk verminderd en in extreme gevallen kan de man zelfs impotent zijn.

Als u het afgelopen seizoen tot ver in augustus met een bepaalde pop heeft gefokt, moet u haar in december of januari niet weer opnieuw in de broedkooi zetten. Probeert u het toch, dan zal teleurstelling niet uitblijven.

Kijk ook eens na of de zitstokken in de broedkooi stevig bevestigd zijn.

Last but not least, ook een gebrek aan de vitaminen A, B2 kan de oorzaak van de misère zijn. Bij een goede voeding waarbij u regelmatig ook groenvoer en gekiemd zaad heeft gegeven, hoeft u hiervoor echter niet bang te zijn.

 

 

Het embryo sterft af in het ei

Indien de voedselverstrekking van de oudervogels voldoende vitamine A en vitaminen van het B-complex (vooral B2) bevat, komt dit probleem niet voor.

Voorkomen kunt u het vitaminegebrek door groenvoer en gekiemd zaad te verstrekken, eventueel nog aangevuld met biergistvlokken. Een eenmaal aanwezig tekort kunt u o.a. opheffen door verstrekking van in de handel verkrijgbare vitamine B-druppels, die in water oplosbaar zijn. Ook kunt u de vitamine B-druppels op een schijfje appel of op een stuk geweekt oud brood toedienen.

 

 

Vogel dood in het ei, doch schaal is reeds aangepikt

In de laatste uren van zijn verblijf in het ei zal het jong met de snavel de luchtkamer doorboren. De taak van de ademhaling wordt vanaf dat moment door de longen overgenomen. Spoedig daarna wordt met het eitandje de schaal doorboord en kan het diertje vrij ademhalen. Wanneer nu de ligging van het jong in het ei niet voldoet aan een vast programma van eisen kan het zich niet uit het ei bevrijden. In fig. 12a-d is dit in beeld gebracht. E.e.a is dikwijls een gevolg van een te hoge of te lage vochtigheidsgraad in het broedblok. De ideale vochtigheidsgraad ligt tussen de 55 en 65%. Veel vaker is een gebrek aan vitaminen van het B-complex de reden dat het jong zich niet uit het ei kan bevrijden.

 

Sterfte van de jonge vogels enkele dagen na het uitkomen

 

De maagsappen waarmee de pop de jongen de eerste dagen voert, is van slechte kwaliteit door een gebrek aan eiwitten die voor het totstandkomen van de maagsappen moet zorgen. Door voor een eiwitrijke voeding te zorgen voorkomt men dit probleem. De moeilijkheid met eiwitten is, dat ze niet in het lichaam opgeslagen kunnen worden zoals sommige vitaminen en de vetten. Een teveel aan eiwit wordt omgezet in energie, in vet of wordt afgevoerd.

Wil men zijn vogels vlak voor het kweekseizoen extra goed verzorgen, dan moet men er minstens een maand voor het broedseizoen mee beginnen. Onderzoekingen op dit gebied hebben aangetoond dat de samenstelling van het ei pas een maand nadat de gewijzigde voedselverstrekking is ingevoerd, aantoonbaar is veranderd. Als een goed kweek- en opfokvoer kan ik het volgende aanbevelen:

Neem een halve kg millet (La Plata) en vul dit aan met een handvol haver, wat witzaad en een beetje zonnebloempitten. Voeg hieraan een kop magere melkpoeder toe en wat water, zodat er een dikke brij ontstaat. Laat het geheel nu 12 uur weken. Daarna kuikenopfokvoer nr. 1 toevoegen tot een kruimelig geheel ontstaat. Vóórdat u dit mengsel aan de vogels verstrekt, moet u nog 5 druppels van een multi-vitaminepreparaat toevoegen.

 

 

Jongen groeien slecht

Wijst op een gebrek aan vitamine A, D en vitaminen van het B-complex. Het is te voorkomen zoals hierboven bij deze vitaminegebreken omschreven. Nestkast controleren op eventuele rode mijten (bloedluis).

 

 

Jongen worden geplukt

Meestal is de pop de boosdoener, doch de man wil zich ook wel eens aan het verenplukken schuldig maken. In het laatste geval is de pop óók door de man geplukt en kennen we dus de dader. Gewoonlijk is het plukken afgelopen als de jongen uitgevlogen zijn, doch in ernstige gevallen - wat we al na een goede week kunnen constateren, doordat ook het dons geplukt wordt - kunnen we niet zolang wachten. In lichte gevallen en bij een leeftijd van drie weken kan men de jongen, als het niet te koud is, wel uit het blok halen en op de bodem van de kooi zetten. Het plukken is dan afgelopen maar een nadeel is, dat de jongen minder goed gevoerd worden. Beter kunnen we de jongen in een vroeger stadium overleggen, want op een leeftijd van drie weken accepteert niet iedere pop jongen uit een ander nest. Proeven hebben aangetoond dat een eiwitrijk dieet, waarin het aminozuur arginine in voldoende mate aanwezig is, het verenpikken doet beëindigen.

Als u geen gelegenheid heeft om de jongen over te leggen, dan moet u de jongen gedurende een week dagelijks inwrijven met Byte-x. Daarna is het plukken gegarandeerd afgelopen. Byte-x is een volkomen onschuldig middel tegen duimzuigen van kinderen en heeft een bittere smaak. Het middel is bij elke apotheker en drogist verkrijgbaar.

 

Spreidpoten

Er zijn fokkers die de pop de schuld hiervan geven. Deze zou dan te vast op de jongen zitten. Persoonlijk ben ik echter van mening dat hier ook weer de voeding de oorzaak is, en wel een bepaald tekort op een bepaald moment in het leven van de jonge vogel; een tekort dat niet meer ingehaald kan worden. Zo zou ook te verklaren zijn dat de ene vogel uit het nest spreidpoten heeft en de ander niet. Doorslaggevende bewijzen voor mijn stelling heb ik nog niet.

 

Kruipers

De aandoening wordt ook wel French Moult (FM)(= Franse rui) genoemd. Er is een extreme en een milde vorm van FM. Bij de extreme vorm die wetenschappelijk als BFD (Budgerigar Fledgeling Disease) bekend staat, ziet men tot 10 à 15 dagen een normale ontwikkeling, dan plotselinge sterfte zonder verdere symptomen. Andere nestjongen van hetzelfde ouderpaar tonen een opgezwollen buik en uitdrogingsverschijnselen wat vooral goed zichtbaar is aan loopbenen en tenen, die enigszins verschrompeld aandoen, soms ziet men zenuwafwijkingen. De dons- en contourveren veren van zulke nestjongen zijn sterk onderontwikkeld en er is veel sterfte in de eerste drie levensweken, soms oplopend tot 100%. Jongen die overleven tonen bevederingstoornissen in de dekbevedering terwijl de grote vleugel- en staartpennen nauwelijks zijn ontwikkeld waardoor de vogels niet kunnen vliegen. Het zijn in alle gevallen onderontwikkelde vogels die niet meer herstellen.

Bij de milde vorm van FM - deze treedt op als de jonge vogels na de 15de dag met het virus worden geïnfecteerd - laten de jonge grasparkieten vlak voordat ze het nestblok verlaten, alle slag- en staartpennen vallen. Hierbij dient te worden opgemerkt dat ook de milde vorm van FM verschillende gradaties kent variërend van het verlies van enkele vleugelpennen tot de zwaardere gevallen, waarbij ook de lichaamsbevedering is aangetast.

In de spoel van de afgeworpen vleugelpennen zien we een roodbruine bloederige massa, zodat wel van bloedpennen gesproken wordt. De veerschachten zijn bros en tonen enigszins gekrulde baarden. Aan het einde van de schacht zijn de pennen iets geknikt.

Behalve het feit dat de jonge vogels niet of nauwelijks kunnen vliegen en zich over de grond of langs het gaas kruipend voortbewegen, vandaar de benaming kruiper, zijn ze verder vitaal en lijken volkomen gezond. Deze vogels herstellen gewoonlijk na enige tijd weer normaal, waarbij de meer ernstige gevallen soms wat in groei achterblijven in vergelijking met hun niet aangetaste soortgenoten.

 

Uit onderzoeken is gebleken, dat de aandoening wordt veroorzaakt door het zogeheten avipolyoma-virus, een virus dat taxonomisch tot de grote familie van de papovavirussen wordt gerekend.

Zoals bij alle virusziekten zijn er geen specifieke medicijnen om de aandoening te behandelen.