9. SELECTIE

 

Na het broedseizoen volgt er voor de grasparkiet een betrekkelijke rustperiode. Gemiddeld ligt deze tijd in de periode tussen half juli en half september. De jongen zijn dan door de jeugdrui. Voor de kweker is dit de beste tijd om zijn vogels te selecteren. Selectie is de enige methode om een goede stam op te bouwen. Pas daarom een strenge selectie toe en bedenk dat een halfslachtige selectie nimmer tot goede fok- en tentoonstellingsvogels kan leiden. Bij het sorteren moeten we niet alleen aan het volgende broedseizoen maar ook aan het aanstaande tentoonstellingsseizoen denken.

 

We beginnen met ons fokboek te raadplegen, waarin alle bijzonderheden die ons zijn opgevallen, vermeld zijn. De oude vogels die niet aan de fokverwachtingen voldeden, worden meteen opgeruimd. De hoop dat ze het een volgend jaar beter zullen doen is meestal ijdel. Hetzelfde geldt voor oudervogels die de jongen hebben geplukt en voor mannen die het voeren alleen aan de pop overlieten. Houdt u dergelijke vogels toch aan, dan wacht u het volgende broedseizoen beslist weer een hoop ergernis. Jonge vogels die door hun ouders slecht gevoerd zijn en met hangen en wurgen groot werden, kunt u ook gerust van de hand doen. Meestal blijkt dat de jonge vogels die men de zesde dag al bijna niet meer kon ringen, zich tot forse vogels ontwikkeld hebben, terwijl de jongen die na de achtste dag nog geringd moesten worden, ver in hun groei achtergebleven zijn. Het spreekt vanzelf dat we deze achterblijvers ook meteen opruimen. Wees wel zo sportief en verkoop vogels die u in de broedtijd in de steek gelaten hebben niet als goede fokvogels aan andere liefhebbers en druk hen ook geen jonge vogels in de hand waarvan uzelf weet dat ze teleurstelling zullen brengen.

 

Het selecteren van de oudervogels op hun fokeigenschappen is een vrij eenvoudige zaak. De benodigde gegevens kunt u immers in uw fokboek vinden. Bij de jongen ligt het wat moeilijker. Als regel kan men ervan uitgaan dat jongen van goede fokparen, mits ze verder goed verzorgd worden, zelf ook goede ouders zullen worden. Het selecteren van de vogels met de officiële standaard als maatstaf is heel wat moeilijker. Hiervoor moet men als fokker een goede kennis van de vogels en een degelijke kennis van de standaardeisen hebben, daarnaast het vermogen de aanwezige fouten bij zijn vogels te herkennen. Vooral het laatste is een moeilijk punt, te meer daar de standaard een geschreven tekst is waarbinnen een zekere interpretatie mogelijk is. Dit voorkomt weliswaar dat de standaard te statisch is, doch het houdt vooral voor de beginner het risico in dat de standaard niet altijd juist geïnterpreteerd wordt. De tekening kan dienen als hulpmiddel bij de selectie. Bekijk de tekening maar eens goed. Deze afbeelding geeft, samen met de kernpunten van de standaard, een aardig beeld van hoe een goede grasparkiet eruit moet zien.

 

Bij het selecteren van de vogels moeten we ons niet laten beïnvloeden door het denkbeeld dat we geen vogels kunnen missen. Er zijn fokkers die wel selectie toepassen maar van tevoren al bepaald hebben hoeveel vogels ze willen behouden. Men gaat dan als volgt te werk. Van de gefokte vogels, stel het zijn er vijftig, wil men er twintig aanhouden. De twintig beste vogels worden dan uitgezocht, de overige dertig opgeruimd. Dat een dergelijke selectie weinig nut heeft, is duidelijk. Stellig zullen de twintig vogels die men wenste aan te houden beter zijn dan degene die afvielen, maar het is geen garantie dat de overgebleven vogels ook werkelijk goede vogels zijn.

 

De goede methode is, slechts die vogels aan te houden die de gewenste eigenschappen in hoge mate bezitten en de overige zonder pardon voor verdere kweek uit te sluiten. Vooral in de eerste jaren kan het voorkomen dat men slechts enkele goede vogels overhoudt. Vast staat echter dat men van enkele grasparkieten van goede kwaliteit meer plezier heeft dan van een groot aantal matige vogels waarmee men nimmer iets bereikt.

 

Leg bij de selectie de nadruk op formaat, model en houding en op grootte en vorm van de kop. De kleur, het masker met de keelstippen en de vleugeltekening komen, hoewel ook belangrijk, pas op de tweede plaats. Wat het masker betreft wil ik nog opmerken dat de zogenaamde 'flecky headed' vogels (bonttekening op voorhoofd) niet kunnen worden gebruikt voor de fok van normale en getekende vogels. Deze slechte eigenschap vererft dominant en te vrezen is dat uw gehele stam er op den duur mee komt te zitten. Voor de fok van ino's zijn ze echter wel te gebruiken. Selecteer dus in hoofdzaak op een goed type. Een goede kleur, mooie forse keelstippen e.d. komen op den duur vanzelf wel als u een en ander in de gaten houdt. U moet deze punten dus niet verwaarlozen want dan wordt het natuurlijk ook niets. Mijn bedoeling is duidelijk te maken dat men bij het ene onderdeel wat toleranter kan zijn dan bij het andere.

 

Het type van de grasparkiet wordt bepaald door de grootte en de vorm. Erg belangrijk is dat alle lichaamsproporties harmoniëren met de grootte en het is dus zaak hierop streng te selecteren. Vogels met een smalle borst, lange of smalle nek, smalle of kleine kop, verstoren de harmonie van het geheel en moeten voor de kweek worden uitgesloten. Fokken we met dergelijke vogels toch verder, dan is de kans zeer groot dat we de genoemde vormfouten in de nafok versterkt terugvinden. Bezitten we echter een vogel met een kleine tekortkoming, bijv. een iets te smalle borst, die voor het overige over zeer goede eigenschappen beschikt, tracht dit dan te compenseren door zo'n vogel te paren aan een vogel met een uitgesproken brede borst.

Kleine gebreken en tekortkomingen zijn in de regel vrij snel weg te fokken. Probeer steeds voor een vogel die een klein foutje bezit een partner te vinden die op deze onderdelen uitblinkt. Stel echter nooit een fokpaar samen uit vogels die dezelfde fouten bezitten, ook al zijn de overige eigenschappen ideaal.

 

Het selecteren van vogels op hun psychische kwaliteiten wordt nogal eens als overbodig aangemerkt. Niets is echter minder waar.

De houding van een vogel wordt bepaald door zijn fysieke en psychische eigenschappen. Een op zich goede vogel kan door zijn nerveuze aard een slechte houding bezitten. In de tentoonstellingskooi klauteren ze voortdurend langs de tralies of fladderen zenuwachtig heen en weer, waardoor ze nauwelijks beoordeeld kunnen worden. Het hoeft wel geen betoog dat met dergelijke vogels weinig eer te behalen valt. Ook in de broedkooi zijn uitgesproken zenuwachtige exemplaren een bron van ergernis. Bij het minste of geringste komen ze van het nest, waarbij ze vaak de eieren beschadigen, met alle nare gevolgen van dien.

 

Eigenlijk dienen we nog verschil te maken tussen de vogels die we voor de tentoonstelling selecteren en die welke we voor de fok aanhouden. In de praktijk gaat een en ander meestal hand in hand. Immers, vogels die op de tentoonstelling hoge ogen gooien, gebruiken we in de meeste gevallen ook voor de fok. Toch mag een concreet voorbeeld duidelijk maken dat er soms verschil kan zijn tussen fokvogels en showvogels. Stel u bezit een goed geproportioneerde vogel die een nagel mist. Op een tentoonstelling hoort zo'n vogel niet thuis, maar voor de fok kan hij prima zijn. Opgemerkt zij evenwel dat indien het een man betreft en verschillende nagels ontbreken, de bevruchting wel eens twijfelachtig kan worden doordat de man tijdens de paring niet voldoende houvast heeft. Gaat het om een zeer goede man, dan zou ik het risico in ieder geval nemen. Met wat gezond verstand kunt u echter zelf best uitmaken wanneer er onderscheid gemaakt moet worden tussen tentoonstellingsvogels en fokvogels.

 

Indien u met uw showvogels wilt fokken, doet u er verstandig aan hoogstens voor twee of drie wedstrijden in te schrijven. Persoonlijk neem ik met poppen waarmee ik wil fokken niet deel aan wedstrijden, maar bij een uitzonderlijk goede pop maak ik wel eens een uitzondering voor een enkele wedstrijd. Sommige fokkers sturen een goede vogel van de ene tentoonstelling naar de andere en vinden het dan vreemd dat zo'n vogel het in de broedkooi af laat weten. Fokvogels moeten in topconditie zijn en dat zijn ze beslist niet als ze van de ene show naar de andere gestuurd worden. Bedenk wel dat een werkelijk goede pop meer waarde voor u heeft in de broedkooi dan op een tentoonstelling.