18. De spangle

 

Deze mutatie ontstond aan het begin van de zeventiger jaren in Australië. Vandaar kwamen er een aantal in Zwitserland terecht. Via Zwitserland kwamen ze in Duitsland en Engeland, enkele jaren later deden ze ook in ons land hun intrede. Vandaag de dag is deze jonge kleurslag alweer de gewoonste zaak van de wereld.

 

De spangle-factor is een mutatie met dominante kenmerkvorming, die onafhankelijk vererft van alle andere tot nu toe bekende erfelijke factoren van de grasparkiet. M.a.w., de spangle-factor is dominant over het ontbreken ervan en zetelt op een autoso-maal chromosomenpaar. Het vorenstaande houdt in dat de spangle-factor zowel enkel- (1 factorig) als dubbelfactorig (2 factorig) aanwezig kan zijn.

 

Ongetwijfeld zijn voor de liefhebber de enkelfactorige of heterozygote spangles het meest interessant, omdat de specifieke spangle-tekening uitsluitend in heterozygoten tevoorschijn treedt; bij de dubbelfactorige of homozygote spangles ontbreekt het tekeningspatroon en zien we slechts een effen gele (groenserie) of witte (blauwserie) bevedering.

 

Kijken we nu naar de vijf paringsmogelijkheden:

1. Spangle 2 fac. x spangle 2 fac. =

   100% spangle 2 fac.         

2. Spangle 2 fac. x spangle 1 fac. =

   50% spangle 2 fac;                                                                              

   50% spangle 1 fac.

3. spangle 2 fac. x normaal =

   100% spangle 1 fac.

4. spangle 1 fac. x spangle 1 fac. =

   25% normaal;

   50% spangle 1 fac;

   25% spangle 2 fac.

5. spangle 1 fac. x normaal =

   50% normaal;

   50% spangle 1 fac.

 

Theoretisch kunnen we de spangle-factor met elke gewenste kleurslag combineren, maar in de praktijk zal blijken dat dit niet  altijd zinvol is. In de ino-reeks bijv. worden de spanglekenmerken door het maskerende vermogen van de ino-factor volledig gemaskeerd. Ook de combinaties met de bontreeks bieden in mijn visie weinig perspectief als tentoonstellingsvogel. De combinatie spangle-cinnamon echter is wel geschikt als tentoonstellingsvogel, evenals de combinatievorm spangle-opaline.

Over de werking van de spangle-factor is nog niets met zekerheid bekend. Wel bestaan er een tweetal hypotheses:

1. Het spangle-type ontstaat door abnormaal functionerende lysosomen. Lysosomen zijn cellen die onder normale omstandigheden de niet meer dienstdoende melanocyten d.m.v.  hun enzymen opruimen. Deze lysosomen bezitten een herkenningsmechanisme waardoor ze geïnformeerd worden welke melanocyten afgebroken moeten worden en welke niet. De spangle-mutatie nu tast het herkenningsmechanisme van de lysosomen aan. Bij de 1-factorige spangles leidt dit tot gehele of gedeeltelijke afbraak van de vleugel-melanocyten, de keelstip-melanocyten en de wangvlek-melanocyten, mogelijk omdat ze anders gecodeerd zijn dan de lichaams-melanocyten.

Bij de 2-factorige spangles worden ook de lichaams-melanocyten afgebroken, waardoor een ongepigmenteerd fenotype met donkere ogen ontstaat.

2. De spangle-factor zet tijdens de differentiatie van de melanoblasten in melanocyten een afbraakproces in gang, waardoor de melanocyten zichzelf a.h.w. elimineren. Bij de 1-factorige spangles is de afbraak van de melanocyten kennelijk niet volledig, vandaar de gedeeltelijke pigmentatie van de vleugeldekveertjes en de vleugel- en staartpennen.

 

 

Aanwijzingen voor de fok

Het zal ongeveer 25 jaar geleden zijn geweest, dat ik op een clubshow van de N.P.C. voor het eerst enkele spangles zag. Het waren uiterlijk normale spangles, dus zonder de combinatie met opaline of een andere factor. Wat kopvorm, type en formaat betreft kwamen ze nog wel wat tekort, maar de vleugeltekening was regelmatig en scherp afgelijnd. Qua postuur zijn de spangles in de afgelopen 25 jaar enorm verbeterd, maar wat de specifieke spanglekenmerken betreft is de kwaliteit van het merendeel van de huidige spangles een stuk minder dan in de beginjaren tachtig. De oorzaak van deze ontwikkeling is gelegen in het feit dat veel spanglefokkers, in hun drang naar type- en formaatverbetering en het creëren van nieuwe mutatiecombinaties, de spangle met nagenoeg elke bestaande kleurfactor hebben gekruist, zonder daarbij te letten op de karakteristieke eigenschappen van deze mutant, zoals vleugeltekening en spots. Willen we in de toekomst ook nog over goede spangles kunnen beschikken, dan is het belangrijk dat streng geselecteerd wordt op de spangletekening. Elk vleugeldekveertje moet een fijne, scherpe, diepzwarte veerzoomtekening laten zien evenals de vleugelpennen. Niet vergeten op het opaline-effect te selecteren. Let ook op de tekening op de mantel. Bij veel spangles is de tekening op de mantel goeddeels verdwenen. Een fijne veerzoomtekening aan ieder veertje is ook hier een vereiste.

 

De spots van de spangle vormen een hoofdstuk apart. De standaard eist ronde spots met een pigmentloos centrum. Stellig een zeer zware eis en mogelijk zelfs irreëel, maar spangles fokken met normale spots wat we ook al zien, is ongewenst. Die kant moet het m. i. zeker niet op. Het is echter goed mogelijk spots te kweken van het type 'halvemaan', d.w.z, twee halvemaanvormen loodrecht met de spitse uiteinden tegen elkaar, waardoor een enigszins ovaalvormige spot ontstaat met een pigmentloos centrum. Dat is weliswaar niet geheel in overeenstemming met wat de standaard voorschrijft, maar met onze huidige kennis over dit onderwerp voor het moment het hoogst haalbare. Overigens is het een goede zaak en dient het de eerzucht van de fokker als de doelstellingen steeds wat hoger opgeschroefd zijn dan de voor het moment bereikbare. Mocht echter in de toekomst blijken, dat de vorm van de keelstippen zoals de standaard die voor de spangle voorschrijft onbereikbaar is, dan zal er niets anders opzitten de standaardeisen op dit onderdeel bij te stellen. Zover is het m.i. nog niet.

 

Wat de lichaamskleur van de spangles betreft, deze is steeds een nuance lichter dan de overeenkomende kleur in de normaalserie.

De beste paring voor het verkrijgen van spangles is spangle x normaal of omgekeerd. Beperk echter zoveel mogelijk het infokken van factoren die u voor de fok van de door u gewenste spangles niet nodig heeft. Vermijd in ieder geval het infokken van de melaninereductiefactoren, de inofactor, de fallowfactor en de bontfactoren, het voert tot niets.

Voor de normale, de niet-spangle dus, nemen we een zwaar getekende vogel, bij voorkeur een niet-spangle die uit een spangle-verparing uit dezelfde foklijn geboren is.

Het tekeningspatroon van de spangle komt nog goed tot zijn recht bij een bevedering dat bij het mediumveertype komt, zo tussen medium en partial-yellow. Bij een grovere bevedering dan medium wordt de spangletekening onscherp en wazig.

 

Tekst: H.W.J. van der Linden