26. DE REGENBOOG

 

Toen het fokken van kleurgrasparkieten nog hoogtij vierde, werd de regenboog regelmatig gefokt, maar met de opkomst van de grasparkiet als postuur vogel raakte hij praktisch in het vergeetboek. Helaas is het thans zó dat de weinige vogels die onder deze benaming worden aangeboden meestal niet eens echte regenbogen zijn.

De regenboogvariëteiten zijn niet zoals u misschien  zult denken, ontstaan door een aparte mutatie, maar het resultaat van een combinatie van 4 of 5 verschillende kleurslagen. Om aanspraak op de benaming regenboog te kunnen maken, moet de grasparkiet minimaal de volgende 4 kleurkenmerken vertonen:

1. de blauwfactor;

2. de witvleugelfactor;

3. de opaline factor;

4. de geelmaskerfactor.

 

Met deze opsomming van kleurkenmerken zijn we er echter allerminst. Zeer belangrijk is namelijk dat tussen deze in één vogel verenigde kenmerken een zo groot mogelijke contrastwerking bestaat. De hoogste graad van contrastwerking tussen lichaams- en vleugelkleur wordt bereikt als aan de 4 genoemde kleurfactoren tevens de violetfactor wordt toegevoegd. Bovendien is violet de complementaire kleur van geel, zodat ook tussen masker en lichaamskleur een maximaal effect wordt bereikt.

 

Bij het fokken van regenbogen gaat het er dus om, al deze factoren in één vogel te verenigen.

Voor het opbouwen van een stam regenbogen starten we het beste met de volgende fokvogels:

a. 2 D-blauwe (kobalt) witvleugel poppen;

b. 2 blauwe (hemelsblauwe) geelmasker mutant 2 mannen of 2 blauwe (hemelsblauwe) Australisch

    geelmasker mannen;

c. 1 violet opaline man;

d. 1 DD-blauwe (mauve) opaline pop;

e. 1 blauwe (hemelsblauwe) opaline pop.

 

Attentie: Let er bij de aankoop van witvleugels op dat de lichaamskleur diep is en de vleugeltekening slechts minimaal.

 

Het eerste jaar stellen we de volgende paren samen, waarbij ik uitga van enkelfactorig geelmasker en enkelfactorig violet.

 

Paar A:

Blauw (hemelsblauw) opaline x D-blauw (kobalt) witvleugel

Verwachtingen:

Mannen

25% blauw (hemelsblauw)/witvleugel en opaline;

25% D-blauw (kobalt)/witvleugel en opaline.

Poppen

25% blauw (hemelsblauw) opaline/witvleugel;

25% D-blauw (kobalt) opaline/witvleugel.

 

Paar B:

Blauw (hemelsblauw) geelmasker x D-blauw (kobalt) witvleugel

Verwachtingen:

25% blauw (hemelsblauw) geelmasker/witvleugel;

25% D-blauw (kobalt) geelmasker/witvleugel;

25% blauw (hemelsblauw)/witvleugel;

25% D-blauw (kobalt)/witvleugel.

 

Paar C:

Blauw (hemelsblauw) geelmasker x blauw (hemelsblauw) opaline

Verwachtingen:

Mannen

25% blauw (hemelsblauw) geelmasker/opaline;

25% blauw (hemelsblauw)/opaline.

Poppen

25% blauw (hemelsblauw) geelmasker;

25% blauw (hemelsblauw).

 

Paar D:

violet opaline x DD-blauw (mauve) opaline

Verwachtingen:

Mannen

12,5% D-blauw (kobalt) opaline;

12,5% violet opaline;

12,5% DD-blauw (mauve) opaline;

12,5% DD-blauw (mauve), violetfactorig, opaline.

Poppen

12,5% D-blauw (kobalt) opaline;     

12,5% violet opaline;

12,5% DD-blauw (mauve) opaline;

12,5% DD-blauw (mauve), violetfactorig, opaline

 

Na het eerste broedseizoen gaan we selecteren. Alleen de beste houden we aan, de overige ruimen we op.

Het tweede jaar paren we de jongen van paar A met die van paar B.

We beginnen met:

 

Paar E:

D-blauw/witvleugel en opaline x blauw geelmasker/witvleugel

 

en/of

 

Paar F:

blauw/witvleugel en opaline x D- blauw geelmasker/witvleugel.

 

Uit deze paringen kunt u de eerste blauwe en D-blauwe regenbogen al verwachten. Deze regenbogen zijn poppen. Verder krijgen we uit deze paringen 25% witvleugels en 50% split voor witvleugel. De helft van de jongen bezit de geelmaskerfactor. Een nadeel van deze paring is dat we aan de mannen niet kunnen zien welke split zijn voor opaline.

Van de lichaamskleur van de regenboogpoppen uit deze paringen moet u zich echter nog maar geen al te grote voorstelling maken. Dat komt in hoofdzaak omdat de geelmasker mutant 2 slechts enkelfactorig in deze vogels aanwezig is. Bij deze enkelfactorige geelmaskerfactor is de psittacinereductie niet erg groot, zodat de lichaamskleur van deze blauwe regenbogen min of meer blauwgroen is. Bij de D-blauwe regenbogen die uit deze paringen voortkomen stoort dit iets minder, doch mooi is anders. Bij de regenbogen met de enkelfactorige Australisch geelmaskerfactor is de lichaamskleur vrijwel groen, omdat de psittacinereductie slechts minimaal is. Het gaat er dus om regenbogen te fokken die de geelmaskerfactor dubbel bezitten, zodat de psittacinereductie iets sterker wordt en de aanwezigheid van het gele psittacine zich beperkt tot het masker, het bovengedeelte van de borstbevedering, het vleugeldek en de secundaire staartpennen. We dienen ons fokprogramma dus zodanig op te zetten dat we voor de volgende jaren steeds kunnen beschikken over vogels waaruit we regenbogen kunnen fokken met de dubbele geelmaskerfactor.

 

Voor de volgende jaren formeren we uit de nakomelingen van paar A en B verder nog de volgende paren:

 

Paar G:

blauw/witvleugel x blauw opaline/witvleugel

 

en/of

 

Paar H:

blauw/witvleugel x D-blauw opaline/witvleugel

 

en/of

 

Paar I:

D-blauw/witvleugel x blauw opaline/witvleugel

 

en/of

 

Paar J:

D-blauw/witvleugel x D-blauw opaline/witvleugel

 

Uit deze paringen krijgen we 25% witvleugels en 50% vogels die split zijn voor dit kenmerk. Alle mannen zijn split voor opaline.

 

Vervolgens paren we een aantal jongen van paar C met die van paar D.

 

Paar K:

blauw geelmasker/opaline x violet opaline

 

en/of

 

Paar L:

blauw geelmasker/opaline x DD-blauw, violetfactorig, opaline

 

en/of

 

Paar M:

blauw geelmasker/opaline x DD-blauw opaline

en/of

 

Paar N:

blauw geelmasker/opaline x D-blauw opaline

 

en/of

 

Paar O:

violet opaline x blauw geelmasker

 

en/of

 

Paar P:

D-blauw opaline x blauw geelmasker

 

en/of

 

Paar Q:

DD-blauw, violetfactorig, opaline x blauw geelmasker

 

en/of

 

Paar R:

DD- blauw opaline x blauw geelmasker

 

Uit de paringen K t/m R krijgen we de beschikking over een aantal opaline geelmasker mannen en poppen in de kleuren blauw, D-blauw, DD-blauw en violet.

 

Ook paren we het tweede jaar nog twee oude vogels waarmee we het eerste jaar zijn begonnen aan elkaar, en wel:

 

Paar S:

violet opaline x D-blauw witvleugel

Verwachtingen:

Mannen

6,25% blauw/witvleugel en opaline;      

6,25% blauw, violetfactorig/witvleugel en opaline;

6,25% DD-blauw/witvleugel en opaline;

6,25% DD- blauw, violetfactorig/witvleugel en opaline;

12,50% D-blauw/witvleugel en opaline;

12,50% violet/witvleugel en opaline.

Poppen

6,25% blauw opaline/witvleugel;

6,25% blauw,violetfactorig, opaline/witvleugel;

6,25% DD-blauw opaline/witvleugel;

6,25% DD-blauw,violetfactorig, opaline/witvleugel;

12,50% D-blauw opaline/witvleugel;    

12,50% violet opaline/witvleugel.

 

Het derde jaar paren we een jonge blauwe geelmasker witvleugel man uit paar E of F aan een DD- blauw, violetfactorige opaline/witvleugel of violet opaline/witvleugel pop uit paar S of we paren een D- blauw geelmasker witvleugel man aan een blauwe, violetfactorige, opaline/witvleugel pop. Als u het geluk heeft dat de man split voor opaline is, kunt u uit deze paringen o.a. enkele violet regenbogen verwachten.

 

Vervolgens gaan we ons het derde jaar toeleggen op de fok van vogels met de volgende erfelijke eigenschappen:

- blauw geelmasker opaline/witvleugel;

- D-blauw geelmasker opaline/witvleugel;

- violet geelmasker opaline/witvleugel;

- DD-blauw geelmasker opaline/witvleugel;

- blauw geelmasker opaline, violetfactorig/witvleugel;

- DD-blauw geelmasker opaline, violetfactorig/witvleugel.

 

Daartoe paren we jonge witvleugel/opaline mannen uit de paren G t/m J aan de opaline geelmasker poppen uit de paren K t/m R en de opaline geelmasker of geelmasker/opaline mannen uit de paren K

t/m R aan de witvleugel poppen uit de paren G t/m J.

Alle jongen uit deze paringen zijn split voor witvleugel.

 

Het vierde jaar kunt u de opaline geelmaskers/witvleugel onderling kruisen. Een gedeelte van de regenbogen zal dan de geelmaskerfactor dubbel bezitten. Natuurlijk zal ook aan deze regenbogen qua kleur en stellig ook aan formaat en model nog heel wat te verbeteren zijn. Het laatste zult u echter alleen indirect kunnen verbeteren. Tracht daarom eerst de kwaliteit van uw opaline geelmaskers te verbeteren,

daarnaast natuurlijk ook de kwaliteit van uw witvleugels of opaline witvleugels. Aangezien de fysieke eigenschappen van de witvleugel de zwakste schakel vormen in de fok met de regenboog, raad ik u aan de eerste jaren uitsluitend de paring opaline geelmasker/witvleugel x opaline geelmasker/witvleugel toe te passen.

 

Tekst: H.W.J. van der Linden