35.
VOORBEREIDINGEN VOOR DE TENTOONSTELLING
Menig
grasparkietliefhebber zag zijn kampioensaspiraties in rook opgaan doordat hij
zijn vogels zonder enige voorbereiding naar de keurzaal bracht. Niet zelden
worden kwalitatief betere vogels van de eerste plaats verdrongen door vogels
die aan kwaliteit iets minder in huis hebben, maar veel beter voor hun verblijf
in de tentoonstellingskooi zijn voorbereid.
Een
tentoonstellingsvogel moet op de eerste plaats een showvogel zijn. Daarvoor
zijn een optimale lichamelijke conditie en een gaaf en strak gedragen verenpak een
eerste vereiste. Vogels die hieraan niet voldoen, kunnen nooit voor een hoge
waardering in aanmerking komen. Ook vuile, niet geconditioneerde, ongetrainde en
schuwe vogels krijgen onherroepelijk strafpunten en zijn afgezien daarvan geen
reclame voor een tentoonstelling. Met wat meer moeite kunnen opmerkingen in de
trant van : 'Vogel is te onrustig' of 'Beter trainen'
voorkomen worden.
Dergelijke
tekortkomingen zijn in het algemeen de fout van de kweker.
Denk niet dat deze fouten alleen door beginners gemaakt worden. Ongeveer de
helft van het aantal grasparkieten dat jaarlijks op de tentoonstellingen in
Nederland ter keuring wordt aangeboden, wordt onvoldoende of in het geheel niet
getraind. Wat dat betreft kunnen we van de Belgische liefhebbers nog veel
leren. Regelmatig wordt ik door onze zuiderburen uitgenodigd op enkele grote
tentoonstellingen te komen keuren. Bij elke gelegenheid valt mij op dat men in België
veel meer aandacht aan de opmaak en de training van de vogels besteedt dan in
Nederland.
Handelt
de beginner mogelijk nog uit onwetendheid, de gevorderde liefhebber en met name de grote fokkers verschuilen zich dikwijls achter
het motief dat ze voor het trainen van hun showvogels geen tijd hebben. Valt de
beoordeling door eigen nalatigheid wat lager uit dan verwacht, dan krijgt tien
tegen één de keurmeester de schuld.
Sommige
grasparkieten zijn geboren showvogels. Zoals overigens alle psychische en
fysieke kenmerken dankt een vogel deze eigenschappen aan erfelijke factoren en
het behoeft geen betoog dat infokken van deze eigenschap
tevens de beste methode is. Immers, vogels die de aangeboren behoefte hebben om
zich te 'tonen' zodra ze in de tentoonstellingskooi zitten, behoeven
bijna niet getraind te worden. Kiest u niet voor deze methode,
dan kunt u natuurlijk even goed prima getrainde vogels op de shows brengen,
doch u zult veel meer tijd nodig hebben de vogels af te richten.
Een
goede methode is eind september met de voorbereidingen
te starten. Begin met alle vogels die op het eerste gezicht geschikt lijken
voor de tentoonstelling op uiterlijke gebreken te controleren. Grasparkieten
met onherstelbare gebreken zoals het missen van nagels en tenen, kromme tenen
en snavelvergroeiingen, worden uitgeselecteerd. Het is duidelijk dat dergelijke
vogels op een tentoonstelling niet thuis horen. Vervolgens controleren we de
vogels op gebroken vleugel- en staartpennen. Een afgebroken vleugel- of
staartpen kan voorzichtig uitgetrokken worden. Het duurt circa acht weken tot
de uitgetrokken pen door een nieuwe is vervangen. Nadat alle vogels die naar
onze mening voor de tentoonstelling in aanmerking komen goed bekeken zijn,
plaatsen we ieder afzonderlijk of met zijn tweeën in broedkooien. Hierin kunnen
ze tot veertien dagen vóór de keurdag blijven.
De
training neemt ongeveer twee weken in beslag. Daartoe worden de vogels ieder
apart in een tentoonstellingskooi gezet. Vogels die in deze kooi meteen op stok
gaan zitten, zijn meestal goede leerlingen, al hoeft u de moed niet dadelijk te
laten zinken als de vogel dit niet direct doet. Het trainen van grasparkieten
doen we bij voorkeur met een keurstokje dat de keurmeester ook gebruikt.
Probeer de opgekooide vogels met het keurstokje op stok te krijgen. Lukt dit,
neem dan de volgende vogel. Blijf vooral rustig, ook als een en ander wat tegen
zit en bedenk dat u door zich kwaad te maken niets bereikt.
Zodra
de vogel begrijpt wat de bedoeling is, is er al veel gewonnen. Praat tegen uw
vogels, dan gaat er een zekere rust van u uit. Herhaal in het begin enkele
malen per dag uw poging de vogels op stok te krijgen en u zult zien dat na een
paar dagen de meeste al op stok gaan zodra u tegen de tralies tikt. Vogels die na
enkele dagen nog niet op stok willen en die met veel lawaai onder in de hoek
van de kooi kruipen zodra u voor de kooi gaat staan, kunt u beter weer in de
volière doen. Op de tentoonstelling zult u met dergelijke vogels niet veel eer behalen.
Een
goede methode is ook direct na het uitvliegen met de training te beginnen en
enkele weken voor de keuring een herhaling van het geleerde
te geven.
Bent
u er in geslaagd uw vogels zover af te richten dat ze direct op stok gaan
zitten als u een tik tegen de tralies geeft, dan begint u met steeds de kooien
te gaan verzetten. Voor en tijdens de keuring worden de kooien ook vele keren
versjouwd en een vogel die hieraan gewend is, stoort er zich op den duur niet meer
aan en u voorkomt dat de vogels vlak voor de keuring van streek zijn.
Leer
uw vogels ook zich op de stok om te draaien. De keurmeester moet de vogel aan
alle kanten kunnen bekijken. Gebruik hierbij weer het keurstokje. Elke keer de
vogel slechts eenmaal laten draaien want anders snappen ze de bedoeling niet.
Zodra de parkiet zich dus omwendt, neemt u de volgende kooi. Zet tijdens de
trainingsperiode de kooien zo neer dat u er telkens langs moet. Ze wennen aan
het verkeer en zullen op den duur rustig blijven zitten. Laat ook uw
huisgenoten en kennissen eens langs de kooien lopen, zodat ze ook aan vreemden
wennen.
Tentoonstellingsvogels
moeten mooi schoon zijn en glad in de veren zitten. Dit kunnen we bewerkstelligen
door de vogels elke dag, te beginnen veertien dagen voor de keuring, met lauw
water te besproeien. Een bloemenspuit kan hierbij goede diensten bewijzen. In
het begin zal de vogel schrikken, doch na een paar keer ervaren de meeste
vogels dit dagelijks bad als aangenaam. Nadat de
vogels besproeid zijn (vooral niet te nat maken) beginnen ze toilet te maken en
wordt elke veer in orde gebracht.
De
staarten van de ino's en de lichte staarten van de diverse bonten en de
spangles zijn vaak erg vuil. Deze kunt u schoon maken door de vogel in de hand
te nemen en met een in lauw water gedrenkte schone kwast in de groeirichting
van de bevedering te borstelen - dus van de stuit naar het uiteinde van de
staart! Gaat het vuil er niet af, dan kunt u het nog eens met babyshampoo proberen.
Shampoos reinigen niet alleen de bevedering grondig, maar ze ontnemen ook het
vet en daarmee de glans aan de bevedering. Opdat de bevedering de gelegenheid
krijgt zich volledig te herstellen, dient het wassen met zeepmiddelen dan ook niet
op de laatste dag voor de keuring te geschieden.
Ook
aangaande de keelstippen vinden we op het keurrapport dikwijls opmerkingen die
we hadden kunnen voorkomen. Een standaardparkiet dient, op enkele
uitzonderingen na, Deensbonten en ino's, zes op onderling gelijke afstand
geplaatste grote ronde keelstippen te bezitten, waarvan de buitenste
gedeeltelijk overdekt zijn door de basis van de wangvlekken. Ook hier weer is de
beste methode om dit te bereiken via selectief fokken.
Daar we in het algemeen nog lang niet zover zijn,
zullen we het masker moeten conditioneren. Dit bijwerken is toegestaan mits men
zich beperkt tot het verwijderen van overtollige keelstippen. Het bijtekenen of
bijkleuren van keelstippen is streng verboden. Ook dient men er voor te zorgen
dat het wegnemen van een te veel aan keelstippen geen kale plekken veroorzaakt,
want dan kost het ook punten.
Voor
het conditioneren van het masker gebruiken we een pincet of een klein schaartje.
Liefhebbers die dit karweitje nog nooit hebben uitgevoerd, kunnen het beste
iemand in de arm nemen die hiermee enige ervaring heeft. Het
bijwerken dient enkele dagen voor de keuring te gebeuren. Haalt u een
goede stip weg, dan duurt het drie tot vier weken tot er een nieuwe komt.
Een
gebroken (geknikte) staart of vleugelpen kunt u weer herstellen, mits de breuk
niet te kort aan de basis zit. U neemt de vogel in de hand en houdt op enkele
millimeters van de breuk een brandende sigaret. Door de warmte trekt de veer
weer recht en wordt onzichtbaar gelast. Ook de elasticiteit is weer precies hetzelfde
als voor de breuk.
Enkele
ruistoppels op de kop kunt u wegwerken door met een pincet een paar maal in de
stoppel te knijpen, hierdoor breekt het vliesje om de
stoppel en het veertje komt te voorschijn. Te lange nagels dienen ingekort te
worden; dit doen we bij voorkeur met een nagelschaartje, daarna licht bijvijlen
met een nagelvijltje.
Tijdens
de trainingsperiode dient het voeren uw speciale aandacht te hebben. Voer uw
vogels tijdens het tentoonstellingsseizoen zodanig dat ze een weinig aan gewicht
toenemen. Dit heeft tot voordeel dat de vogel zich rustiger gedraagt en het
compenseert een eventueel gewichtsverlies tijdens het vervoer en tijdens de tentoonstelling.
Voorzichtigheid is echter geboden omdat een te vette vogel nooit op z'n best kan zijn. Tijdens de tentoonstelling kunt u het
beste de bodem van de tentoonstellingskooi voorzien van een flinke laag zaad,
waaraan de vogel thuis gewend is. Het bodemzand en het zaadbakje kunt u dan thuis laten. Dit mag wat onhygiënisch aandoen,
maar dat valt erg mee. De uitwerpselen van de vogel worden door het zaad a.h.w.
ingekapseld en ik verzeker u dat een grasparkiet daar niet aankomt. Verder
heeft de praktijk geleerd dat een grasparkiet niet erg op de veelal te kleine
zaadbakjes gesteld is en meer eet als het zaad op de bodem van de kooi ligt.
Nog
een paar andere zaken die de keuring nadelig kunnen beïnvloeden en die meer te
wijten zijn aan de onwetendheid van tentoonstellingscommissies, wil ik niet
onvermeld laten.
Sommige
organiserende verenigingen laten de vogels in vrieskoude ruimtes keuren. Het
spreekt vanzelf dat de vogels dan nimmer in optimale conditie kunnen zijn. Het
overbrengen van vogels uit een steenkoude ruimte naar een verwarmde afdeling,
waar de keurmeester zit, heeft weinig zin omdat de vogels vele uren nodig hebben
om zich aan de gewijzigde omstandigheden aan te passen.
Een
ander punt is de verlichting in de zaal. Menigmaal is mij overkomen dat de
overgordijnen nog geopend moesten worden als ik de keurzaal binnenkwam. Tot die
tijd hadden de vogels praktisch in het donker gezeten. Het gevolg is dat de vogels
die het eerst gekeurd worden meer aandacht voor de zaadbak dan voor de keurmeester
hebben met alle narigheid vandien. Veel gehoorde opmerkingen als: 'Ze hebben
vanmiddag hogere punten gegeven dan vanmorgen', zijn vaak juist en bevestigen
het hierboven gestelde. Meestal zijn de temperaturen in de onverwarmde zalen ’s
middags wat draaglijker geworden en hebben de vogels gelegenheid gehad voedsel
op te nemen.
Indien
de vogels bij kunstlicht worden gekeurd, moet aan bepaalde voorwaarden worden
voldaan.
De
inzenders onder u kunnen met deze wenken hun voordeel doen door hun besturen op
deze zaken te wijzen. Het is tenslotte ons aller
belang dat onze fokproducten onder de meest gunstige condities gekeurd worden.
Tot
de voorbereidingen voor de tentoonstelling kan men ook het maken van TT-kooien
en vervoerskoffers rekenen. Voor de knutselaars onder u zijn bij
uw organisatie stellig werktekeningen verkrijgbaar.
Tekst:
H.W.J. van der Linden