DE SADDLEBACK

Ofschoon deze kleurslag toch al weer ruim dertig
jaar bestaat, zijn ze in Europa nog dun gezaaid. Van een Nederlandse benaming
heb ik nog niet gehoord, maar men zou deze vogel in de groenserie geelrug of
geelmantel en in de blauwserie witrug of witmantel kunnen noemen.
De saddleback op de foto toont in de nek en op het
zadel een vage grijze ondulatietekening in de vorm van een groot V-teken,
vergelijkbaar met het V-teken van de opaline. De ondergrondkleur van het
V-teken is geel in de groenserie en wit in de blauwserie, en niet zoals bij de
opalinevogels waar de mantel de kleur van de lichaamsbevedering heeft
aangenomen.
Bij de vogel op de afbeelding is ook het
vleugeldek als van een normale, wat ook de bedoeling is. Zo komen de karakteristieke
kenmerken van de saddleback - schone nek en mantel en een normale
vleugeltekening - toch wel vrij aardig tot uitdrukking.
De saddleback-factor vererft autosomaal en is
recessief t.o.v haar wildallele. Voor zover bekend, vererft deze factor onafhankelijk van alle andere
tot nu toe bekende erfelijke factoren bij de grasparkiet. Het symbool voor deze
factor is sa. De wildvorm wordt
aangeduid met sa+
Een kobaltblauwe saddleback krijgt de formule:
b_D+/b_D; sa/sa
Mogelijke paringen:
1. saddleback x saddleback = 100% saddleback
2. saddleback x normaal/saddleback = 50% normaal/saddleback;
50% saddleback.
3. saddleback x normaal = 100% normaal/saddleback
4.
normaal/saddleback x normaal/saddleback =
25% normaal;
50%normaal/saddleback;
25% saddleback.
5.
normaal/saddleback x normaal = 50% normaal; 50% normaal/saddleback
Over hoe de saddleback zich zal ontwikkelen kan
nog niets met zekerheid worden gezegd.
Zelf paar ik de in mijn bezit zijnde saddlebacks
uitsluitend aan lichtgroene normaalvogels. De hieruit geboren nakomelingen
worden verpaard met saddlebacks.
Het verparen van de saddleback met opalinen heb ik
in het verleden steeds afgeraden, omdat ik dacht dat de specifieke
eigenschappen van de saddleback hierdoor verloren zouden gaan. Uit
proefparingen die ik het afgelopen jaar heb genomen, blijkt dit echter niet zo
te zijn. Opaline saddlebacks zijn duidelijk van gewone opalinen te
onderscheiden.
Wel adviseer ik, behalve op formaat en type,
streng te selecteren op een tekeningsvrije gele (groenserie) of witte
(blauwserie) nek en mantel en een scherpe vleugeltekening zoals vereist bij de
normaalvogels. Verder raad ik aan de fokparen zo samen te stellen, dat zoveel
mogelijk een medium bevederingstype in de nafok wordt verkregen.
Tekst: H.W.J. van der Linden