De antraciet

Deze mutatie trad voor het eerst op in 1998 in de fokkerij van de bekende Duitse grasparkietkenner, fokker en keurmeester van grasparkieten Hans Jürgen Lenk.

De antraciet heeft een grijszwarte lichaamskleur, vandaar ook de benaming. De ondulatietekening is zwart op een witte ondergrond; de vleugel- en staartpennen zijn zwart. Het masker is wit met zwarte keelstippen en blauwzwarte wangvlekken. De ogen zijn zwart en tonen een witte irisring. De poten zijn grijsachtig blauw, de nagels grijszwart.

 

Vederstructuur

De kleur antraciet berust op een mutatieve verandering van de baardstructuur die soms aan de grijsfactor doet denken, maar toch ook weer niet helemaal identiek daaraan is en een enorme toename van zwart eumelanine. Kenmerkend voor de doorsnede van de baard van een antraciet lichaamsveertje is verder de zeer smalle sponszone zodat interferentie van de lichtgolven uit het spectrum, zoals we dat bij de kleurslagen in de groen- en de blauwserie kennen, niet optreedt. Het daglicht dat op de bevedering valt, passeert ongehinderd de sponszone en wordt bijna geheel door de dikke laag eumelanine geabsorbeerd. Het overgebleven licht, dat aan de absorptie ontsnapt, wordt teruggekaatst en bereikt ons oog via een kleurloze cortex.

 

De kleur antraciet is dus van twee voorwaarden afhankelijk:

1. Het ontbreken van geel psittacine in de cortex;

2. Een zeer smalle sponszone waardoor geen interferentie 

    optreedt.

    Voorts een grote hoeveelheid zwart eumelanine in een

    gewijzigde groepering.

 

Vererving

Uit het erfelijkheidsonderzoek blijkt dat deze mutatie autosomaal vererft en een onvolledig dominante kenmerkvorming heeft.
Het allelisch symbool voor deze mutatie is Ath (afgeleid van anthracite) de wildvorm wordt aangeduid met Ath+.

 

Mogelijke paringen:

1. DF antraciet x DF antraciet =

    100% DF antraciet.

    Ath/Ath x Ath/Ath = 100% Ath/Ath

2. DF antraciet x EF antraciet =

    50% EF antraciet;

    50% DF antraciet.

    Ath/Ath x Ah+/Ath = 50% Ath+/Ath en 50% Ath/Ath

3. DF antraciet x normaal =

    100% EF antraciet.

    Ath/Ath x Ath+/Ath+ = 100% Ath+/Ath

4. EF antraciet x EF antraciet =

    25% normaal;

    50% EF antraciet;

    25% DF antraciet.

    Ath+/Ath x Ath+/Ath = 25% Ath+/Ath+; 50% Ath+/Ath; 25% Ath/Ath

5. EF antraciet x normaal =

    50% normaal;

    50% EF antraciet.

    Ath+/Ath x Ath+/Ath+ = 50% Ath+/Ath+ en 50% Ath+/Ath

 

Toekomstmogelijkheden

Hoewel de antraciet grasparkiet toch al bijna tien jaar bestaat, is de verspreiding van deze nieuwe kleurslag tot op heden minimaal gebleven. Ik schat het aantal fokkers van de antraciet in Europa op hooguit tien. Ook zijn er enkele van deze vogels uitgevoerd naar Canada en de USA.

 

De antraciet mag dan qua uiterlijk niet zo spectaculair zijn, maar biedt in mijn visie wel een aantal interessante mogelijkheden. Wat te denken bijvoorbeeld van de antraciet met de dubbele donkerfactor, DD-antraciet dus? De combinatie met de Australisch grijsfactor of  de leiblauw-factor (slate-factor) lijkt eveneens interessant om in de toekomst eens uit te proberen. Of de antracietfactor ons een stap dichter bij de zwarte grasparkiet brengt, zal de toekomst moeten leren.

 

Tekst: H.W.J. van der Linden