De misty grasparkiet
Het jaar waarin de misty voor het eerst optrad is – jammer genoeg - niet precies  bekend. Volgens de Belgische fokker van deze mutant Gino De Geest, waarmee ik hierover verschillende keren contact had, is dit vermoedelijk zo rond 1999 geweest. Hij vertelde mij dat hij in die tijd vrijwel uitsluitend met vogels in de cinnamonreeks fokte en de mutatie niet direct had opgemerkt. Pas toen hij in 2002 uit een split cinnamon man enkele normaal (lees: zwart) gepigmenteerde vogels kreeg, zag hij de verschilpunten wel en was de officiële ontdekking van de misty mutatie bij de grasparkiet een feit.

De misty-mutatie is incompleet dominant ten opzichte van de wildvorm.

 

Vederstructuur

Het veeronderzoek toont aan dat de vederstructuur van de misty grasparkiet overeenkomt met die van de misty-mutanten bij andere parkietachtigen. De verschijningsvorm misty berust op een mutatieve verandering van de baardstructuur. In de kern van de baard van de misty toont het eumelanine rondom de medullaire cellen wat ’wolliger’ dan bij de niet-misty. Ook lijkt het erop dat de haakjes minder goed ontwikkeld en gepigmenteerd zijn, ergo eveneens een structureel defect laten zien.

Structurele defecten van de bevedering ziet men overigens wel vaker bij dominante mutaties, dit in tegenstelling tot recessieve mutaties die meestal de chemische of hormonale processen veranderen.

 

Beschrijving

Bij de enkelfactorige misty is de reductie van het melanine slechts zeer beperkt en dus ook de opbleking van de lichaamskleur. M.a.w. tussen een misty groen (lichtgroen) en normaal groen (lichtgroen) is het kleurverschil slechts minimaal, hetzelfde kan gezegd worden van de misty blauw (hemelsblauw) en de kleurslag normaal blauw (hemelsblauw). In de cinnamonserie is de EF misty-factor nauwelijks te herkennen.

De dubbelfactorige misty groenserie en misty blauwserie zijn echter qua lichaamskleur wel duidelijk van de normaalvogels te onderscheiden. Ik schat de opbleking van de lichaamskleur bij de DF vogels op ongeveer 30 procent.

Een opvallend verschilpunt tussen de misty en de niet-misty vormen de langwerpige wangvlekken. Bij de misty zijn deze diepblauw, bij de normaal groene en blauwe vogels violet. Bij de Australisch grijze en grijsgroene misty’s alsook bij de cinnamon misty zijn de kleurverschillen tussen de wangvlekken van een misty en niet-misty zeer gering.

 

Vererving

De misty is een autosomaal verervende mutatie met een incompleet dominante kenmerkvorming en ze kan derhalve zowel enkel- (EF) als dubbelfactorig (DF) aanwezig zijn.

Het symbool voor deze mutatie is Mt, de ongemuteerde factor wordt met Mt+ aangeduid.

 

Mogelijke paringen:

1. DF misty x DF misty =

    100% DF misty.

    Mt/Mt x Mt/Mt = 100% Mt/Mt

2. DF misty x EF misty=

    50% EF misty;

    50% DF misty.

    Mt/Mt x Mt+/Mt = 50% Mt+/Mt en 50% Mt/Mt

3. DF misty x normaal =

    100% EF misty.

    Mt/Mt x Mt+/Mt+ = 100% Mt+/Mt

4. EF misty x EF misty =

    25% normaal;

    50% EF misty;

    25% DF misty.

    Mt+/Mt x Mt+/Mt = 25% Mt+/Mt+; 50% Mt+/Mt; 25% Mt/Mt

5. EF misty x normaal =

    50% normaal;

    50% EF misty.

    Mt+/Mt x Mt+/Mt+ = 50% Mt+/Mt+ en 50% Mt+/Mt

 

Toekomstverwachtingen

De DF misty in de normaalreeks is zonder meer een aanwinst voor de liefhebberij en het tentoonstellingsgebeuren. Aangezien de EF misty’s slechts in zeer geringe mate afwijken van de normaal vogels, vrees ik dat deze de vraagprogramma’s voor de tentoonstellingen niet zullen halen. Als fokvogels zijn de EF vogels natuurlijk niet weg te denken en noodzakelijk voor de fok van de DF vogels. Maar fokvogels zijn nu eenmaal niet altijd ook geschikt als tentoonstellingsvogels.

In principe kan men de misty met elke kleurslag combineren, maar het zal – gezien de opblekingsaard van de mutatie – in de meeste gevallen weinig zinvol zijn. De combinatie met opaline kan in mijn visie tot prima tentoonstellingsvogels voeren. De combinatie met cinnamon is om reden van de nauwelijks te herkennen mistyfactor niet aan te raden. Hetzelfde geldt voor de combinatie met de fallows, en de melaninereductiefactoren grijsvleugel en overgoten. De combinatie met de donkerfactoren zou men uit moeten proberen. Bij de misty mutanten van het genus Agapornis is het infokken van de donkerfactoren geen succes gebleken, maar wie weet, pakt het bij de misty grasparkiet anders uit. De tijd zal het leren.

 

Tekst: H.W.J. van der Linden