7. DE VOEDING IN DE PRAKTIJK

Het zal duidelijk zijn dat het samenstellen van een verantwoorde vogelvoeding een allesbehalve eenvoudige zaak is en dat een handvol zaad, een bakje grit en een schaal water lang niet voldoende zijn om aan de behoeften van onze vogels te voldoen.

 

Om te beginnen kunnen we er van uitgaan dat geen enkele zaadsamenstelling alle benodigde aminozuren in voldoende mate bevat. Meestal hebben de in de handel verkrijgbare zaadmengsels een tekort aan de aminozuren arginine en lysine, terwijl de goedkopere mengsels meestal ook een gebrek aan threonine hebben. Om zoveel mogelijk van een constante samenstelling van het zaadmengsel verzekerd te zijn, kan men de zaden het beste zelf mengen. Ook vanuit economisch standpunt bekeken verdient dit aanbeveling. Immers, de BTW op zaadmengsels bedraagt 17,5% en op enkelvoudige zaden slechts 6%, zodat u door het zaad zelf te mengen de kostprijs met maar liefst 11,5% kunt drukken. Bovendien kunnen de zaden, die aan nogal flinke prijsschommelingen onderhevig zijn, op een gunstig tijdstip ingekocht worden. Men dient dan wel over een goede droge opslagruimte te beschikken, zodat de zaden niet kunnen gaan schimmelen.

Als standaardzaadmengsel meng ik de volgende zaden in de aangegeven percentages door elkaar:

20%   witzaad

10%   Senegalgierst

40%   La Plata millet

10%   Japanse millet

 4%   boekweit

 4%   haver (gepeld)

 4%   padi (ongepelde rijst)

 2%   hennep

 2%   sesamzaad

 2%   zonnebloempitten

 2%   negerzaad

Kijken we nu even naar de tabel (fig. 7) dan zien we dat de eerste zeven genoemde zaden, dus 92% van het mengsel, zeer koolhydraatrijk, de overige 8%, te weten hennep, sesamzaad, zonnebloempitten en negerzaad bijzonder vetrijk zijn. In dit zaadmengsel zijn met uitzondering van het aminozuur lysine, alle

overige essentiële aminozuren in goede hoeveelheden vertegenwoordigd (vergelijk de tabel fig. 8)

 

Fig.7

_______________________________________________________________               

                          Gemiddelde waarde in procenten_______

Zaadsoort       re   rvet   rc    ok    as   vocht    Ca     P

_______________________________________________________________

Witzaad        15,1   6,1   5,3  56,0   4,7   12,8   0,05  0,55

Senegalgierst  11,1   3,7   8,9  59,8   3,8   12,7   0,03  0,32

Plata millet   11,1   3,7   8,9  59,8   3,8   12,7   0,03  0,32

Japanse millet 11,1   3,7   8,9  59,8   3,8   12,7   0,03  0,32

Boekweit       11,5   2,4  10,8  57,8   2,4   15,1   0,04  0,30

Haver (gepeld) 13,9   8,0   1,5  64,2   1,8   10,6   0,09  0,41

Padie           7,1   2,1  10,0  64,1   5,1   11,6   0,06  0,21

Hennep         19,5  32,1  16,9  18,0   4,8    8,7   0,81  0,76

Sesamzaad      20,9  50,0   4,5  13,6   5,4    5,6   1,30  0,72

Zonnepitten    14,9  29,8  26,9  17,5   3,1    7,8   0,18  0,45

Negerzaad      20,7  42,2  13,5  13,1   3,9    6,6   0,43  0,65

 

Fig.8

 

                    Aminozuurpercentage in het eiwit

_______________________________________________________________________

              3,8  7,0 5,0 2,0 1,6 3,6 3,5 3,0 6,5 3,5 1,0 4,3  5,0 2,0

_______________________________________________________________________

Zaadsoort

              iso  leu lys met cys m+c fen tyr f+t thr try val  arg his

  

Witzaad       4,0  6,6 2,0 1,3         5,4 2,3 7,7 2,3 1,9 3,4  5,1 2,1

Senegalgierst 4,0 11,5 1,8 2,7 1,8 4,5 5,3 3,7 9,0 3,1 1,2 5,4  3,7 2,1

Plata millet  4,0 11,5 1,8 2,7 1,8 4,5 5,3 3,7 9,0 3,1 1,2 5,4  3,7 2,1

Japanse mil.  4,6 11,6 1,7 1,8 2,8 4,6 5,8 2,4 8,2 3,7 1,0 6,2  3,7 1,9

Boekweit      4,0  6,3 5,4 1,9 2,4 4,3 4,6 3,0 7,6 3,9 1,7 5,4  9,4 2,4

Haver         3,9  7,0 3,6 1,5 2,5 4,0 4,8 3,6 8,4 3,4 1,3 5,4  6,5 2,1

Padie         3,8  7,0 4,7 2,0 2,0 4,0 4,5 3,8 8,3 4,0 1,0 6,0  7,9 2,5

Hennepzaad    4,4  7,7 2,7 2,2         5,8         3,8 1,5 6,3  5,0 3,9

Sesamzaad     3,8  6,7 2,5 2,8 2,1 4,9 4,5 3,7 8,2 3,5 1,4 4,8 11,9 2,4

Zonnepitten   4,4  6,5 3,4 2,2 1,7 3,9 4,5 2,6 7,1 3,6 1,4 5,0  8,1 2,4

Negerzaad     4,3  6,2 3,7 2,1 2,2 4,3 4,3 2,5 6,8 3,5 1,5 5,4  8,5 2,2

 

Het is ondoenlijk om voor het gehele jaar een vast zaadmengsel samen te stellen. Niet alleen hebben we te maken met verschillende vormen van huisvesting zoals verwarmd, onverwarmd, binnen, buiten, grote of kleine vliegruimten, maar ook met verschillende periodes zoals kweek, opfok en rui. Het spreekt vanzelf dat we met de steeds wisselende omstandigheden en met de hieraan gekoppelde behoeften van onze vogels bij de samenstelling van de voeding rekening dienen te houden. Met een eenvoudig voorbeeld hoop ik u mijn bedoeling voldoende duidelijk te maken.

Indien de vogels in de winter slechts vorstvrij gehuisvest zijn, kan bij strenge vorst overwogen worden het percentage sesam- en zonnebloemzaad met enkele procenten te verhogen en de hoeveelheid millet in de samenstelling met dit percentage te verminderen. Zijn de vogels te vet, dan meer koolhydraatrijke zaden verstrekken en minder vetrijke.

 

Aanbevolen zaadmengsel gedurende de kweek- en ruiperiode:

40% witzaad

 8% Senegalgierst

 8% La Plata millet

 8% Japanse millet

 8% boekweit

 8% haver (gepeld)

 8% padi

 2% hennep

 5% sesamzaad

 2% zonnebloempitten

 3% negerzaad

 

Aanbevolen zaadmengsel in de aanloop naar de kweekperiode:

25% witzaad

10% Senegalgierst

30% La Plata millet

10% Japanse millet

 5% boekweit

 5% haver (gepeld)

 5% padi

 4% hennep

 2% sesamzaad

 2% zonnebloempitten

 2% negerzaad

 

Aanbevolen zaadmengsel voor opgroeiende jongen:

40% witzaad

10% Senegalgierst

10% La Plata millet

25% Japanse millet

 1% boekweit

 5% haver (gepeld)

 1% padi

 1% hennep

 5% sesam

 1% zonnebloempitten

 1% negerzaad

 

Het zal u niet zijn ontgaan dat in de opgegeven zaadmengsels steeds dezelfde zaadsoorten voorkomen. Dit is gedaan om ontwenning van bepaalde zaadsoorten te voorkomen. Als men namelijk een bepaalde zaadsoort gedurende een bepaalde periode in het zaadmengsel weglaat, loopt men het risico dat de vogels het niet meer willen opnemen als men het in een volgende periode weer aan de samenstelling toevoegt. Agaporniden zijn wat dat betreft  buitengewoon kieskeurig.

 

Door de gevarieerde zaadsoortsamenstelling en de onderlinge verschillen in voedingswaarde (zie de tabellen fig. 7 en 8) is het mogelijk het zaadmengsel steeds aan de gewijzigde behoeften van de vogels aan te passen. De manier waarop de vogels gehuisvest zijn speelt hierbij een voorname rol. Zo heeft een agapornide in een grote vlucht een hoger energieverbruik en dus een andere voedingsbehoefte dan een agaornide die in een broedkooi wordt gehouden. Ook de broed-, rui- en rustperiode alsmede het klimaat en het aantal lichturen zijn van invloed bij de bepaling van de voedingsbehoefte. Sommige stoffen kunnen in het lichaam opgeslagen worden, andere stoffen beïnvloeden elkaar op chemische wijze zodat ook hier de behoefte veranderlijk is. Uiteindelijk is het zo, dat de voedingsbehoefte voor elk individu verschillend is. Duidelijk is echter, dat we niet voor elke agapornide afzonderlijk een voedingspakket kunnen samenstellen, maar ons moeten richten naar de gemiddelde behoefte van onze vogels.

 

Uit het vorenstaande is, naar ik hoop, duidelijk geworden dat u de door mij opgegeven zaadmengsels niet klakkeloos kunt overnemen, zeker niet wat betreft de procentuele verhoudingen van de zaden in de mengsels.

De door mij opgegeven percentages moet u zien als richtlijn. U dient ze zonodig aan de voedingsbehoefte van uw agaporniden aan te passen. Met de achtergrondinformatie die u thans heeft, zal dit best wel lukken.

Afsluiten wil ik dit gedeelte met de verschillende zaadsoorten in het kort aan u voor te stellen.

 

Witzaad                                           

Witzaad wordt ook wel kanariezaad genoemd. Het behoort naast de verschillende milletsoorten tot het meest gebruikte zaad in volièremengsels. Witzaad is een aan beide uiteinden puntige zaadsoort met bruine zaadkern. Het witzaad behoort tot de familie van de grassen. Het wordt voornamelijk verbouwd in de USA, Argentinië, Canada, Zuid- en Oost-Europa en in Marokko. Het beste witzaad komt uit Marokko. Witzaad bevat een hoog eiwitpercentage. Het is rijk aan leucine, arginine en tryptofaan, daarentegen is het arm aan lysine en ontbreekt het aminozuur cystine geheel.

De prijzen voor witzaad zijn sterk fluctuerend. Wanneer men over een goede opslagruimte beschikt, is het raadzaam een voorraadje in te slaan als de prijs gunstig is.

 

Senegalgierst

Onder deze naam wordt tegenwoordig het uit Argentinië afkomstige mannazaad (Argentijns geel mohair) verkocht. Het eigenlijke Senegalgierst is al jaren niet verkrijgbaar. Deze kleinkorrelige ronde gierstsoort wordt door agaporniden graag gegeten. De zaden bevatten een redelijk eiwitpercentage en zijn rijk aan de aminozuren leucine en fenylalanine, maar arm aan lysine, arginine en threonine. De andere aminozuren zijn redelijk goed vertegenwoordigd.

 

La Plata millet

Deze milletsoort is qua korrel iets grover dan mannazaad, doch iets kleiner dan het bekende witte millet. Hoewel de vogelliefhebber duidelijk verschil maakt tussen giersten en milletsoorten, behoren ze wetenschappelijk gezien alle tot de korrelgewassen (Gramineaue).

Het aminozuurpatroon van deze milletsoort komt overeen met dat van gierst.

 

Japans millet

Hoe men aan deze naam gekomen is, is niet duidelijk. Japans millet komt namelijk niet uit Japan, maar uit Australië. De korrel van deze milletsoort is ietwat hoekig. De kleur van het zaad is grijsachtig lichtbruin en doet wat smoezelig aan. Het wordt door de vogels echter graag gegeten. Japans millet is rijk aan de aminozuren leucine, cystine, fenylalanine en valine en arm aan lysine, arginine, methionine, tryptofaan en histidine.

Japans millet behoort tot de duurdere milletsoorten.

 

 

Boekweit

Boekweit is geen zaad maar een vrucht. Het is grijsachtig bruin van kleur en min of meer driekantig van vorm. Van oorsprong is het een Aziatisch gewas. Tegenwoordig komt veel boekweit uit Brazilië, Canada en China, maar ook in Nederland wordt het op kleine schaal verbouwd. Boekweit is een goede eiwitbron en bezit een laag vetpercentage. De koolhydraten bestaan uit zetmeel en een weinig suiker. Boekweit is rijk aan de aminozuren arginine en lysine. Het wordt door grasparkieten graag gegeten.

 

Haver

Haver wordt vrijwel overal in Nederland verbouwd. Het is een algemeen bekende graansoort. Gepelde haver wordt verkregen door de haver van het kaf te ontdoen. Het wordt in vrijwel alle zaadmengsels voor parkietachtigen gebruikt. Als vogelvoeding heeft het dan ook een goede naam met een uitstekend gehalte aan zetmeel, eiwitten en vet. Haver is arm aan lysine, maar bevat veel arginine, vitamine B, vitamine E, kalium en fosfor.

 

Tarwe

Ook tarwe is een algemeen bekende graansoort. Het wordt in Nederland dan ook vrijwel overal verbouwd. Tarwe heeft een zetmeelgehalte van bijna 70 procent. De kiem van tarwe bevat veel essentiële aminozuren en is rijk aan vitamine E. Tarwe is arm aan lysine.

 

Padi

Padi is niets anders dan ongepelde rijst. Voor meer dan de helft

van de wereldbevolking is het de voornaamste voedselbron. Het wordt vooral in Azië en Amerika verbouwd. Ook in Italië en Zuid-Frankrijk wordt het tegenwoordig op bescheiden schaal verbouwd. Padi is arm aan vet. Het bevat veel arginine terwijl het lysinegehalte in het eiwit redelijk is.

 

Hennep

Hennep is een uit Midden-Azië afkomstige eenjarige vezelplant. Zijn bastvezels worden verwerkt tot pakgaren, scheepstouw en grove weefsels, zijn zaden dienen o.a. tot vogelvoer. Daar uit de hars van de hennepbloem hasjiesh gewonnen wordt, is het in Nederland verboden hennep uit te zaaien. De zaadjes hebben een bruinachtige kleur. De door ons gebruikte hennep wordt ingevoerd uit Rusland, China, Chili en Libanon. Ook in Frankrijk wordt hennep verbouwd. Hennep is bijzonder vetrijk en eiwitrijk. Het leucine- en valine-gehalte in het eiwit is hoog, daarentegen ontbreken de aminozuren cystine en tyrosine geheel.                                                       

 

Sesamzaad

De meesten van u zullen de ietwat afgeplatte, geelachtige zaadjes wel herkennen van het sierstrooisel op broodjes. Sesam is een kruidachtig gewas dat hoofdzakelijk in China, Oost-Azië, en Oost-Afrika wordt verbouwd. Het zaad bevat ongeveer 50% olie, die gelijkwaardig is aan olijfolie en voor veel doeleinden wordt gebruikt. Sesamzaad bevat een hoog vetgehalte en het eiwit is rijk aan methionine + cystine. Sesamzaad is zeer gevoelig voor schimmelvorming.

 

Zonnebloempitten

De zonnebloem behoort tot de familie der samengesteldbloemigen en komt van oorsprong uit Noord-Amerika De grote bloeiwijzen van de 2-3 m hoge planten zijn omgeven door gele randbloemen en erg gewild als sierplant. Behalve dat worden zonnebloemen ook om de oliehoudende zaden verbouwd. Er zijn verschillende soorten pitten: witte, zwarte, grijs gestreepte en zwart gestreepte. De witte pitten komen uit Kenia en Egypte, de zwarte uit Amerika, de gestreepte uit o.a. Argentinië, Canada, Hongarije en China. Wat betreft de voedingswaarde is er tussen de verschillend gekleurde zonnebloemzaden geen verschil.

Het zaad van de zonnebloem behoort tot de vetrijke zaden. Het eiwit is rijk aan het aminozuur arginine.

 

Negerzaad

De juiste benaming voor deze zaadsoort is eigenlijk nigerzaad. Het is een wat onkruidachtig aandoende plant met een distelachtige bloeiwijze en zaadvorming. De zaadjes zijn grijszwart gekleurd. Negerzaad wordt voornamelijk in Ethiopië verbouwd, daarnaast ook in India. Het zaad is bijzonder vetrijk en eiwitrijk en heeft een gunstig aminozuurpatroon. Daarnaast bevat negerzaad behoorlijke hoeveelheden calcium, fosfor en mangaan.

 

Aanvullende voeding

Zoals al gezegd, is een zaadmengsel alléén onvoldoende. Zelf verstrek ik het gehele jaar door een in de handel verkrijgbaar eivoer waaraan een extra dosis methionine en lysine is toegevoegd. In de broed-, opfok- en ruiperiode geef ik dit ongelimiteerd, d.w.z. zoveel de vogels willen opnemen. In de kweektijd is de hoeveelheid natuurlijk sterk afhankelijk van het aantal jongen, maar komt in de praktijk neer op ongeveer 25% van het dagrantsoen. In de zgn. rustperiode geef ik hetzelfde eivoer, doch sterk gerantsoeneerd. Daarnaast verstrek ik dagelijks een weinig groen of een kleine gift licht gekiemde granen als tarwe, haver, gerst, dari alsook mungobonen. De vogels in de broedkooien en de pas uitgevlogen jongen krijgen steeds in melk geweekt oud brood. Ook buiten het broedseizoen geef ik het wel eens voor de afwisseling. Mijn vogels nemen dit met graagte op en dit geeft mij tevens de mogelijkheid, indien nodig, hierbij medicijnen e.d. te geven.

 

 

Eivoer

Eivoer dient als aanvulling van groeistoffen, zoals aminozuren, vitaminen, mineralen en sporenelementen, die in het zaadmengsel ontbreken. Het is dus zaak dat het eivoer dat we gebruiken, de noodzakelijke aanvullingen op het zaadmengsel ook daadwerkelijk bevat. De in de dierenspeciaalzaken verkrijgbare eivoeders zijn vaak nogal verschillend van samenstelling, waarbij ook de eiwitgehaltes sterk uiteenlopen. Ofschoon het eiwitgehalte in eivoer een niet te verwaarlozen factor is, is vooral het aminozuurpatroon van belang. Nog te veel kwekers gaan uitsluitend af op een hoog eiwitgehalte als bepalende factor voor een juiste voeding. Deze zienswijze is onjuist. Een teveel aan voedingseiwitten kan verteringsstoornissen waaronder darmstoornissen veroorzaken. De verteerbaarheid wordt dan ongunstig beïnvloed. Een gunstig aminozuurpatroon is zonder meer noodzakelijk. Aminozuren zijn immers de bouwstenen om eiwitten te vormen. Een tekort aan een bepaald aminozuur kan, zoals u in het vorige hoofdstuk heeft kunnen lezen, de vorming van lichaamseigen eiwitten in de weg staan. Fabrikanten, die van de kwaliteit van hun product overtuigd zijn, geven op de verpakking niet alleen een beschrijving van de inhoud, maar ook een duidelijke analyse. Daarnaast vermelden ze op de verpakking ook de productiedatum of de datum tot wanneer het product wordt gegarandeerd. Een groot nadeel van onverpakte eivoeders is, dat een analyse van het product veelal ontbreekt en de productiedatum niet te achterhalen is.

 

Menig kweker geeft er de voorkeur aan zelf het eivoer voor zijn vogels aan te maken. Aan de hand van de verstrekte gegevens is dat ook zeer goed mogelijk. Als basis kunt u gemalen beschuit en hardgekookte eieren nemen. Het eiwitgehalte kunt u opvijzelen door wat sojabloem bij te mengen. Hieraan dient nog een vitamine-mineralenpreparaat te worden toegevoegd waaraan calcium en fosfor niet mogen ontbreken.

Ten aanzien van het sojameel nog het volgende. Het sojameel kan men het beste van reformhuizen betrekken. Getoast sojaschroot wordt meestal slecht opgenomen. Kwekers kopen soms sojameel van mindere kwaliteit dat onvoldoende verhit is. Dit laatste kan diarree en veel sterfte onder de nestjongen veroorzaken.

Behalve dit voorbeeld van eivoerbereiding zijn er nog vele mogelijkheden om zelf een verantwoord dieet uit te stippelen waarbij u de voeding aan elke toestand kunt aanpassen. Mogelijk zijn er liefhebbers die met hun zojuist verworven kennis en min of meer gedwongen door de jaarlijks terugkerende slechte kweekresultaten, besluiten hun voederwijze radicaal om te gooien. Vooral deze mensen wil ik nog enkele welgemeende adviezen geven: gebruik nooit een hogere dosering van een in de handel verkrijgbaar multi-vitaminepreparaat dan op de verpakking staat aangegeven en meng ook nooit een vitamine-mineralenpreparaat door een al gevitaminiseerd kracht- of opfokvoer. Besteed tenslotte veel aandacht aan een eenvoudige maar complete voeding voor uw vogels en verspil geen tijd aan het experimenteren met allerlei duistere middeltjes ter verhoging van de geslachtsdrift, het bevruchtend vermogen en dergelijke; het is weggegooid geld en ze helpen geen snars!

 

 

 

Gekiemd zaad

De meeste vogelhouders hechten buitengewoon veel waarde aan gekiemd zaad. Tot op zekere hoogte is dat terecht. Gekiemd zaad is een waardevol groenvoer, licht verteerbaar en rijk aan vitaminen, maar ook niet meer dan dat. Elke hogere waardering is een overwaardering. Als we het nuchter bekijken, is dat ook wel in te zien.

Gewoon zaad bevat ongeveer 12% vocht. Wanneer we nu dat zaad een paar dagen in het water leggen om te kiemen loopt het vochtgehalte op tot ongeveer 90%. Water, en zeker leidingwater, bevat nauwelijks voedingsstoffen. Het is derhalve niet logisch om aan met water verzadigd zaad een hogere voedingswaarde toe te kennen dan aan gewoon droog zaad. Integendeel, hoe hoger het vochtpercentage in het voer is, des te lager de voedingswaarde van het voer wordt. Door het kiemproces wordt bovendien energie verbruikt waarbij voedingsstofverliezen tot 25% kunnen ontstaan. Geen sprake dus van kwaliteitsverhoging ten aanzien van de voedingsstoffen.

Een waarschuwing is nodig tegen het verstrekken van ongelimiteerde hoeveelheden gekiemd zaad en de onjuiste behandeling van te kiemen zaad. Verkeerd kiemen kan soms tot vergiftigingsverschijnselen (nitrietvergiftiging) leiden. Dit laatste behoeft nadere uitleg.

Tijdens het normale kiemproces, dus wanneer zaad op de akker wordt uitgezaaid, neemt de plant in wording behalve water ook voedingstoffen uit de bodem op. De belangrijkste voedingsstof voor planten is nitraat (NO3). Meststof uit de bodem wordt door nitrietbacteriën omgezet in nitriet (NO2), vervolgens zetten nitraatbacteriën dit nitriet om in nitraat. Een laag nitraatgehalte in de bodem resulteert in een laag, een hoog nitraatgehalte in de bodem resulteert in een hoog nitraatgehalte in het daarop groeiende product. Planten en dus ook hun zaden hebben steeds een bepaald nitraatgehalte. Nitraten zijn echter niet giftig. Dat verandert als nitraat omgezet wordt in nitriet. De omzetting van nitraat in nitriet is een onderdeel van de stikstofkringloop bij planten. Onder bepaalde voorwaarden kan in planten en zaden nitraat - uit nitriet verkregen - weer in nitriet omgezet worden. Het nitriet komt terug in de bodem en wordt daar door nitraatbacteriën opnieuw omgezet in nitraat en door dezelfde plant weer als voedsel opgenomen. Er is dus sprake van een kringloop.

Kiemen we nu zaad in water, dan kan nitriet in het water komen zonder door nitraatbacteriën weer omgezet te worden in nitraat. Het kringloopproces eindigt letterlijk in het water. De mogelijkheid is dan aanwezig dat er een giftig mengsel ontstaat. Het onder ongunstige omstandigheden laten kiemen van zaad, zoals bijvoorbeeld het kiemen in warm water, kiemen op een verwarmde ondergrond en onvoldoende spoelen van het te kiemen zaad, verhoogt de kans op nitrietvergiftiging. Wanneer u echter met deze zaken rekening houdt en er naar handelt en daarnaast uw vogels slechts kleine hoeveelheden gekiemd zaad verstrekt, hoeft u voor ongewenste verschijnselen niet bang te zijn.

 

 

Groenvoer

Over de waarde van groenvoer en de verstrekking ervan aan grasparkieten wordt in het wereldje van grasparkietkwekers verschillend gedacht. Persoonlijk vind ik het een goede zaak,  naast een weinig gekiemd zaad ook regelmatig wat groenvoer te geven en dat niet alleen omdat de vogels het graag opnemen, maar vooral om de vitaminen, mineralen en sporenelementen die het bevat. Naast sla, andijvie, peterselie, wortel en allerhande soorten fruit als appel, peer, pruim en druif, komen  nog een hele reeks wilde planten in aanmerking. Groenvoeders en onkruidzaden, die door grasparkieten graag gegeten worden zijn: vogelmuur, paardebloem, duizendblad, grote weegbree, smalle weegbree, perzikkruid, uitstaande melde, veldzuring, ridderzuring, herderstasje, kruiskruid, bijvoet en allerlei grassen. Naast genoemde onkruiden zijn halfrijpe haver en tarwe in de aar en verse maïskolven uitstekende groenvoeders. Ook rozenbottels en lijsterbessen worden veelal graag genomen. Wist u overigens dat u halfrijpe kolfmaïs, rozenbottels en lijsterbessen in de diepvrieskist uitstekend kunt bewaren?

 

 

Knaagtakken

Verse takken en twijgen o.a. van wilgen en fruitbomen dienen eigenlijk steeds aanwezig te zijn. Behalve de bladknoppen, die de vogels helemaal opeten, knabbelen ze graag aan de verse schors. De schors bevat naast cellulose een rijke verscheidenheid aan mineralen en sporenelementen.

 

 

 

Grit, sepia, scherpe maagkiezel

Het is noodzakelijk dat de vogels steeds over grit, sepia en scherpe maagkiezel kunnen beschikken. De eerste twee zorgen voor de aanvoer van calcium, dat o.a. benodigd is voor de opbouw en instandhouding van het beenderengestel en de vorming van de eischaal. Omdat calcium alleen door het vogellichaam benut kan worden in combinatie met vitamine D3 en zaden geen vitamine D3 bevatten, dient vitamine D3 in het eivoer aanwezig te zijn.

Het zelf verstrekken van vitamine D druppels moet worden ontraden omdat de vogelhouder niet kan bepalen hoeveel de vogel aan vitamine D nodig heeft. Een overdosis gedurende langere tijd zal leiden tot ontkalking van het skelet. In de bekende merkeivoeders is het vitamine D3 exact gedoseerd.

 

Sepia bevat behalve veel kalk en zouten en een geringe hoeveelheid eiwit, een grote verscheidenheid aan mineralen en essentiële sporenelementen: ruim 1% magnesium, 0,1% mangaan, minder dan 0,01% silicium, ijzer, koper, nikkel, chroom, vanadium, zink en molybdeen.

 

Scherpe maagkiezel bezit geen voedingswaarde, maar moet meer gezien worden als een hulpstof. De scherpe steentjes kunnen als de kiezen van de vogel worden beschouwd. Ze kneuzen de gepelde zaden in de spiermaag, vergroten daardoor het oppervlak van de zaden en geven de verteringssappen de kans om optimaal hun werk te doen, wat de algehele vertering van het voedsel ten goede komt.

 

 

Water

Hoewel grasparkieten in het algemeen weinig drinken, is het duidelijk dat een zo belangrijke stof als water nimmer mag ontbreken. Water vormt een wezenlijk bestanddeel van het dierlijk organisme. Meer dan de helft van het grasparkietlichaam bestaat uit water. Pas uitgekomen jongen bestaan voor 70 à 80% uit water. Het ei bevat ongeveer 65% water.

De functie van water is veelzijdig; praktisch alle levensprocessen hebben water nodig. Water speelt een belangrijke rol bij de vertering, afbraak en wederopbouw van de verschillende voedingsstoffen. Voorts dient het als transportmedium van de voedings- en afvalstoffen in het lichaam. Water is tevens een belangrijk bestanddeel van het bloed en andere lichaamsvloeistoffen. Water dient ook als medium waarin zich ingewikkelde chemische reacties afspelen en als structuurelement in de cellen. Ook speelt het een rol bij het regelen van de lichaamstemperatuur.

Bijna alle voedingsstoffen bevatten vocht. Bij de verbranding van die stoffen ontstaan behalve energie de afvalproducten koolzuur en water. Het in de voedingsstoffen aanwezige vocht zal door de vogel voor een gedeelte worden benut; daarnaast zal de vogel nog behoefte hebben aan extra vocht dat in de vorm van drinkwater moet worden aangeboden.

De wateropname van een gezonde grasparkiet schommelt tussen 1 en 18 ml per etmaal en bedraagt gemiddeld 3 ml. De hoeveelheid is van talrijke factoren als omgevingstemperatuur, lichaamstemperatuur, voeding, vochtuitscheiding, enz. afhankelijk. Tijdens warme dagen bijvoorbeeld, is de wateropname ineens beduidend hoger. Een opvallende stijging van de waterbehoefte zien we eveneens als er jongen zijn. Bijzonder groot is de wateropname als geen groenvoer of gekiemd zaad wordt verstrekt.

Het aangeboden water moet van drinkwaterkwaliteit zijn, d.w.z. uit de kraan en elke dag vers. Omdat verontreinigd drinkwater als een potentiële ziekte-overbrenger kan worden beschouwd, moet bijzondere aandacht worden besteed aan de waterhygiëne. Open drinkbakken zijn snel verontreinigd, vooral door ontlasting. De bekende drinkwaterfonteintjes kunnen eveneens gemakkelijk verontreinigd worden. Watermonsters uit drinkfonteintjes blijken reeds na 24 uur ongelooflijke hoeveelheden ziekte verwekkende micro-organismen te bevatten. Na 48 uur is het aantal micro-organismen in het water dermate toegenomen dat het de gezondheid van de vogels in zeer ernstige mate bedreigt. Het gezondheidsrisico dat vogels lopen door van twee dagen oud water uit open drinkbakken te drinken, is eenvoudig af te leiden uit het voorafgaande: absoluut onaanvaardbaar.

Ideaal is het gebruik van een drinkfles met een roestvrijstalen drinktuit met daarin een kogeltje waar aan de onderzijde steeds een druppel hangt.